Iris van Lunenburg
Iris van Lunenburg Columnisten 3 mei 2019 / 04:45 uur

Venetië aan het IJ

Het begon allemaal met slippers. Althans, mijn fascinatie voor het toerismeprobleem begon ermee. Toen ik in de krant las dat de het prachtige Cinque Terre in Italië een boete van tussen de 50 en 2500 euro aan toeristen wil geven die – echt waar – slippers dragen in het gebied. Weliswaar om ongelukken (en de daaraan verbonden kosten voor de stad) te voorkomen, maar het zegt toch wat over de hoeveelheid toeristen die er jaar in jaar komen. Want dat zijn er veel. En niet alleen daar. Ook Venetië gaat gebukt onder de bezoekers.

Ik denk dat het begin jaren 90 was, toen ik met mijn ouders voor het eerst naar Venetië ging. Ik kan me de gondel waarin we zaten nog goed herinneren. Mijn moeder had me speciaal voor die gelegenheid een rood met wit gestreept jurkje aangetrokken, met rode schoentjes en een in een toeristenwinkel gekocht strohoedje. Outfit on fleek – ik heb het niet van een vreemde, zullen we maar zeggen. In de boot vertelde ze dat deze stad extra bijzonder was omdat-ie zou zinken in de zee. Inmiddels verzuipt Venetië eerder in het toerisme.

Dus is er sinds woensdag een nieuwe maatregel van kracht. Elke toerist die Venetië in wil, moet maar liefst drie hele euro’s entreegeld betalen. De verpretparkisering is compleet. Want net als in een pretpark blijven de mensen die Venetië aandoen vaak maar één dag. Geen inkomsten voor hotels, geen mooie omzet voor restaurants. Niet de lusten, alleen de lasten dus. Vorig jaar was het er al verboden om op straat te zitten; ook eten en drinken mag niet meer.

Mijn fascinatie voor steden die te kampen hebben met te veel toeristen is natuurlijk niet vreemd. Ik heb jaren in het centrum van Amsterdam gewoond en woon nu in een buurt waar de koffertjes dankzij Airbnb vaker door de straten rollen dan me lief is. Zou entreegeld werken in Amsterdam, vroeg ik me dan ook meteen af, toen ik over Venetië hoorde. Drie euro lijkt me te weinig om toeristen af te schrikken. Dat is slechts één jointje in een coffeeshop minder. Denk ik, hoor. Geen idee. Hoeveel zou ik zelf eigenlijk over hebben om Amsterdam te bezoeken? Een tientje, vijftig euro? Krijgen 65-plussers dan korting? En minderbedeelden? Sowieso lijkt me geld alleen niet afdoende. Of een verbod op zitten of eten op straat.

Ik pleit dan eerder voor een test. Een heuse entreequiz voor toeristen. Bij aankomst op Schiphol of net voor de Ringweg A10 tien vragen over de stad invullen. ‘Het is dit weekend Koningsdag. Plast u wel of niet tegen de gevels van woonhuizen?’ of ‘Achter u staat het Rijksmuseum. Neemt u wel of niet een selfie midden op het fietspad?’ Bij elk goed antwoord ga je door naar de volgende ronde. Dan nog akkoord gaan met 7,50 euro parkeergeld per uur. Entreegeld erbij. En je hebt een stad waar de straten schoon blijven, en de toeristen netjes. Klinkt heerlijk. Maar stiekem ook wel een beetje saai.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Venetië aan het IJ
Sluiten