Elfie Tromp
Elfie Tromp Columnisten 5 sep 2018 / 04:00 uur

Marsepeinen poepjong

Ik mocht deze week voor het eerst in zijn eenjarige bestaan mijn neefje knuffelen. Dat was niets minder dan een mijlpaal die zijn weerga niet kent. Ik moet altijd een beetje binnensmonds van hem kwijlen, want mijn neefje is zo’n mollig marsepeinen poepjong dat je alleen maar wil knijpen en kussen, met van die wangen waar hele stronken gepureerde broccoli in verdwijnen. Tot nu toe was ik verbannen naar de andere kant van de tafel of bank, op veilige afstand, terwijl mijn neefje zijn moederfort beklom en mijn zus zich weer begon te verontschuldigen zodra hij krijsend mijn toenadering bezong.

Ik begrijp het wel, ook ik gruwelde als kind van de omhelzingen van mijn tantes. Het staat me nog goed bij hoe die me, middenin een druk spel van doelloos heen en weer rennen, ineens konden grijpen en tussen hun borsten de lucht uit mijn longetjes drukten. Onmacht voelt voor mij als een zondagmiddag waarop Andrea Bocelli door het huis galmt en ik langzaam mijn ruggengraat voel kraken tussen warme, sterke armen, Mijn adem afgesneden door de bedwelmende geur van Caballero-zonder-filter en zware parfum.

Maar tantes hebben nu eenmaal ook behoeftes. We probeerden vele tactieken. Bij het voeren snel de lepel in mijn hand geven en de door mij gegeven spinazie werd op de grond getuft. De luier vervangen zou een band moeten scheppen, maar ik heb hernieuwd vertrouwen in het overlevingsvermogen van het menselijk ras gekregen toen ik zag hoe snel iemand uit zijn eigen poep weg kan rollen als je niet wil dat je aan hem zit. Zijn favoriete bal werd, zodra ik ‘m naar hem toe rolde, een vlammende kanonskogel die ontweken moest worden. Misschien heb ik hem wel sneller leren lopen, omdat hij naar efficiëntere vluchtmethodes zocht zodra ik binnenkwam.

Deze week was ik op bezoek en bleef zijn blik op mij liggen zonder de inmiddels bekende verachting alsof ik een vers overreden stinkbever was. Mijn neefje glimlachte zelfs even wat verlegen en liet me zijn hagelwitte, nieuwe voortanden zien. Natuurlijk zat ik inmiddels buitensmonds te kwijlen en toen hij aarzelend naar me toestapte, kreeg ik het warm en koud tegelijk. Ik pakte hem snel, te snel natuurlijk, en vouwde mijn verliefde lijf om dat bonkie heen. Hij liet het even toe en wurmde zich vlug weer vrij. We lachte allebei wat ongemakkelijk, ja, opgelucht naar elkaar. Snel stak ik mijn neus in mijn oksel en snoof. Ik geloof dat ik best lekker rook.

Reageer op artikel:
Marsepeinen poepjong
Sluiten