Ebru Umar
Ebru Umar Columnisten 19 aug 2017 / 07:00 uur

De kinderwens

Het is de leukste vraag van vreemden: „Heb jij kinderen?”.
Leuk omdat deze mensen me niet kennen.
Nog nooit van me gehoord hebben.
Me onbevooroordeeld tegemoet treden.

„Heb jij kinderen?”
Leuk omdat het een oprechte vraag is.
Leuk omdat ik betrouwbaar genoeg overkom om een kinderleven aan toe te vertrouwen.
Leuk omdat ze niet weten dat ik geen dag in mijn leven kinderen heb gewild.

„Nee, ik heb geen kinderen.”
En dan begint het schuldgevoel. In de ogen van de vragensteller.
Een schuldgevoel dat de samenleving deze mensen ten onrechte heeft ingegeven.
‘Je mag nooit vragen of iemand kinderen heeft.’
‘Je mag nooit vragen of iemand kinderen wil.’
‘Je mag nooit vragen waarom iemand geen kinderen heeft.’
‘Je mag nooit vragen of iemand zwanger is.’
‘Je mag nooit zeggen ja-maar-jij-zou-wel-een-goeie-moeder-zijn.’
‘Je mag nooit zeggen wacht maar tot je de ware tegenkomt.’
‘Je mag nooit zeggen je-moet-opschieten-hoor.’
‘Je mag nooit zeggen het kan nog wel.’

Newsflash: mensen met kinderen hebben nul gespreksstof. Hoewel, corrigeer: moeders hebben geen gespreksstof. Binnen tien minuten gaat het over kinderen. En als jij ze niet zichtbaar meetroont, zoeken ze de gemeenschappelijke factor: „heb jij kinderen?”

“Nee, ik heb geen kinderen.
Ik heb ze ook nooit gewild.
Geen dag in mijn leven.
Nou ja, eerlijk gezegd, ik weet nog heel goed die ene dag in mijn leven dat ik ze wél wilde. Ik was uitwisselingsstudent en er kwam een jongen de klas inlopen. Nooit eerder gezien. Nooit gesproken. Ik zag hem en dacht ‘van jou wil ik 14 kinderen’.”

Het is een mooi verhaal.
Waar ook.
„EN TOEN?”
Nou ja, en toen.

„Mijn tweede gedachte was – bloedserieus – ‘nou ja 14 is misschien wat veel. Elf is ook goed.”
Hilariteit alom.
Maar de waarheid is dat het waar is.
En dat ik er nog vertederd door kan raken, over hoe hersenen werken. Nul logica als het om mannen gaat. Nog minder logica als het om kinderen gaat.
„EN TOEN?”

Nou ja, en toen.
„Ik heb geen kinderen en ik heb er geen dag in mijn leven spijt van.”
„Ja dat kan.”
En dan komt de ontboezeming:
„Ik zou mijn kinderen echt niet willen missen maar ik kan me best voorstellen dat je zonder kinderen ook gelukkig kunt zijn.”

True that.
Maar er is iets veel belangrijkers:
Voor veel vrouwen staat hun kinderwens gelijk aan een idyllisch gezinsleven, een man die de vuilnis buiten zet, kindertjes die braaf luisteren en naar het vwo gaan, gezellige vakanties met lachende blije mini-me’s en verjaardagen en kerstdiners uit reclames.
Dat is géén kinderwens.
Dat is een levensinvulling die bij niemand uitkomt – alle Facebookfoto’s ten spijt.

Een kinderwens is pure opoffering: als je vijf uur niet naar je baby omkijkt, gaat-ie dood. En dat is nog maar het begin. Als je kind op d’r 45ste landarrest krijgt, sta je weer aan de tralies – maar deze keer niet van de wieg. Geen dag in mijn leven heb ik mij ondergeschikt willen maken aan een kind. Tegelijkertijd heb ik áltijd gezegd: de dag dat ik wakker word met een kinderwens, heb ik negen maanden later een kind.

Je bent gestoord als je als vrouw je kinderwens laat afhangen van een man. Jouw kinderwens. Als je een opleiding kunt volgen, je rijbewijs kunt halen én een baan kunt hebben, ben je slim genoeg om te bedenken hoe je jouw kinderwens kunt realiseren. Waarom zou je als vrouw afzien van jouw kinderwens, als er geen man in je leven is? Tenzij je eigenlijk bedoelt dat je een man wilt om je leven-met-kind te financieren. Een gewetensvraag – net die éne die je niet mag stellen. Maar toch. Want als je het in je hoofd haalt een man op te laten draaien voor het kind dat jij gewild hebt, als je hem dwingt tot samenleven, betalen, zorgen en zijn leven zuur maakt omdat jij een kind hebt gebaard – jouw wens! – ben je een gestoorde vrouw aan wie de woorden emancipatie en feminisme voorbij zijn gegaan.

(Meestal zie ik de vrouwen die mij vragen of ik kinderen heb nooit meer terug. Gek wel.)

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
De kinderwens
Sluiten