Ebru Umar
Ebru Umar Columnisten 6 jun 2017 / 07:13 uur

Dank!

Ze vliegen me om de oren, de woorden die ik lang niet heb gehoord. Woorden die ik altijd als gegeven, een beleefdheid, aannam maar waarvan ik dit jaar heb mogen ondervinden dat het niet zo is.

“Wat zie je er goed uit.”

Vreemden, vrienden, familie: ze zijn unaniem in hun oordeel. Spreken me erop aan. Dankbaar ben ik voor die woorden, want hoewel ik alleen maar eindejaarsvermoeidheid zie als ik in de spiegel kijk, zien anderen blijkbaar iets wat er lang niet is geweest. Dat die woorden een uiterlijk beschrijven, is prima. Dat die woorden echter ook weergeven hoe ik me voel, is fantastisch.

En zo begon 2016 ook: fantastisch. In een brakke tent in Argentinië met alleen maar locals, goedkope alcohol en muziek. Drie weken later zat ik in Japan, half februari in Frankrijk, half maart kocht ik een appartement in Rotterdam en 17 april vertrok ik naar Turkije. Dát was mijn leven. Een week later kwam ik dat land niet meer uit, dankzij de mislukte nageboorte van Turkse gastarbeiders die hun Nederlandse vrijheden omarmen terwijl ze die van een ander met plezier beknotten.

In tijden van nood leer je je vrienden kennen. De directie van de Telegraaf Media Groep nam het voortouw om me uit Turkije te krijgen. Dagelijks belde mijn Metro hoofdredacteur me in Turkije, dagelijks mailden diverse TMG medewerkers me om me moed in te spreken. Mijn Libelle en Vriendin hoofdredacteuren mailden en belden, mijn GeenStijl vrienden zorgden ervoor dat ik totally Mossad ging met Telegram en Protonmail, EenVandaag regelde een burner telefoon. Uit het zicht deden Bert Koenders, Mark Rutte en Lodewijk Asscher allemaal dingen waar ze niet over uitweiden maar met als resultaat dat ik 10 mei op een vlucht naar Nederland zat.

Op 11 mei begon mijn nieuwe leven. Want nee, als je terug bent in Nederland is niet ‘alles’ weer ‘goed’. Alles is anders, niets is meer hetzelfde – maar leg dat maar ’ns uit.

De simpele vraag ‘hoe is het’ kon ik niet meer met het gratuite ‘goed’ beantwoorden. Het werd ‘beter’. Het komt wel weer goed, zei ik. Maar niet vandaag en misschien ook niet morgen, maar het komt wel weer goed. De reacties op straat van wildvreemden waren (en zijn) hartverwarmend: ‘fijn dat je er weer bent’. Ik zei ‘dank’, maar kon wel janken. Je moest ’ns weten hoe fijn het is om weer vrij te zijn, dacht ik.

De beperking van vrijheid heeft enorme impact op je bestaan; niets blijkt vanzelfsprekend. Vriendelijke woorden zijn het enige middel naar herstel. Naar die dag waarop je jezelf weer ‘goed’ hoort zeggen op de vraag hoe het met je gaat. Naar die dag waarop anderen zeggen dat je er weer goed uitziet. Het is ontroerend.

Vreemden, vrienden, familie: jullie onvoorwaardelijke support in 2016 was hartverwarmend. Dank jullie wel, vanuit de grond van mijn hart.

Reageer op artikel:
Dank!
Sluiten