Irene van den Berg
Irene van den Berg Columnisten 4 feb 2015 / 14:45 uur

Ronny en ik

Ik betaal graag veel belasting. Hoe hoger de belastingaanslag, des te beter mijn toko het voorgaande jaar heeft gedraaid. Maar mijn liefde voor de blauwe envelop heeft grenzen. En die heeft de fiscus dit jaar overschreden. Ik moet nu namelijk ineens twee keer dokken, over 2014 en 2015. En het blijft schimmig waarom.

Zelfstandigen betalen normaal gesproken pas achteraf belasting. Want dan is pas duidelijk wat je exact hebt verdiend. Dat betekent wel dat de fiscus even op zijn geld moet wachten. Den Haag heeft nu een trucje bedacht om dat geld eerder binnen te harken. Sommige zelfstandigen moeten ineens vóóraf in plaats van achteraf belasting betalen. Over geld dat dus nog helemaal niet verdiend is. Voor 28 februari graag. Je mag het opknippen in maandelijkse termijnen, maar dan betaal je meer.

De gewraakte blauwe envelop viel onlangs op de deurmat. Zonder enige aankondiging. Sindsdien maak ik me niet alleen zorgen over waar ik voor 28 februari dat geld vandaan moet halen. Ik voel me ook eenzaam in mijn frustratie hierover. Zo hoeft mijn eveneens ondernemende lief níet vooraf te betalen. En ook veel van mijn zelfstandige vriendinnen en kantoorgenoten blijven buiten schot. Op internet lees ik dat een half miljoen zelfstandigen dit jaar zijn ‘verrast’ met een voorlopige aanslag. Maar wie zijn dat dan? Ik heb er nog geen één gevonden.

Tot ik deze week een mailtje kreeg van lezer Ronny die in hetzelfde schuitje als ik zit. Ronny rekent me voor hoeveel hij dit jaar moet betalen aan de blauwe brigade in Apeldoorn. En dat valt hem zwaar. Ik vraag me af waarom nu juist Ronny en ik de klos zijn. En dus bel ik – tegen beter weten in – naar de burelen van de Belastingdienst.

Ik: “Ik wil graag waarom ik ineens een voorlopige aanslag krijg. Ik krijg het gevoel dat het volstrekte willekeur is wie vooraf moet betalen.”
Belastingman: “Iedere zelfstandige die in 2013 een substantieel bedrag aan belasting heeft betaald, krijgt in 2015 een voorlopige aanslag”
Ik (ongelovig): ‘Echt iedereen die belasting heeft betaald in 2013?”
Belastingman: “Niet iedereen dus. Het moet wel substantieel zijn.”
Ik: Hoeveel is dat, substantieel?
Belastingman: “Dat weet ik niet.”

Mijn man verdiende in 2013 meer dan ik en had dus – volgens de logica van de Belastingman – ook een voorlopige aanslag moeten krijgen. Niet dus. Het verhaal van de Belastingdienst is daarom niet alleen onduidelijk maar ook aantoonbaar onjuist. Ik vind het vreemd dat Ronnie en ik belasting moeten betalen over geld dat we nog niet eens hebben verdiend. Maar dat het ook nog willekeur is wie dit jaar een dubbele aanslag krijgt, vind ik pas echt kwalijk. Sorry, substantieel kwalijk.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Ronny en ik
Sluiten