Zeven vuistregels voor last minute tafelmanieren

2 december 2014 om 17:13 door Margot Smolenaars
Zeven vuistregels voor last minute tafelmanieren

Doe Maar zei het al: ‘Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg u (u, u, u).’ Dat ‘eet zoals het hoort’ schijnt tegenwoordig nog best een punt te zijn. Vorig jaar stelde horecaplatform Foodbrigade na onderzoek een irritatie top 5 samen. Daaruit bleek dat restaurantbezoekers bitter weinig dingen irritanter vinden dan onbeleefde, rondrennende kinderen.

Nu de decembermaand er aan komt en we richting de belangrijkste maaltijd van het jaar koersen, is het nog niet te laat om de kinderen wat last minute manieren bij te brengen. Jan Jaap van Weering is etiquette- en protocolexpert en doet niet anders dan anderen leren hoe het hoort. Hij geeft etiquetteles aan onder andere nanny’s, scholieren, studenten en aan kinderen uit achterstandswijken. „Etiquette is niet elitair”, zegt hij, „het zijn richtlijnen voor het sociale verkeer die houvast geven. En die gelden voor iedereen, ongeacht de leeftijd.”

Niet belerend zijn

Kinderen zijn vaak bijzonder geïnteresseerd in wat Van Weering te vertellen heeft. „Dat komt ook omdat ik het niet belerend en op een geestige manier overbreng, met daarbij de do’s & don’ts. Ik maak ze bewust van hun opvallende gedrag en de gevolgen daarvan. Zit je bijvoorbeeld met je ellebogen op tafel te eten, dan maak je het anderen onmogelijk om met je te praten. Als ik een kind dat zie doen, doe ik dat overdreven na, bijna clownesk. Meestal komt de boodschap dan wel over.”
Met goede tafelmanieren is het niet anders dan met andere opvoedingszaken: herhaling is het sleutelwoord en jong geleerd, is oud gedaan. „Al vanaf een jaar of 3, 4 kun je kinderen de basis aanleren. Eten met bestek, aan tafel blijven zitten, niet met volle mond praten… Zijn ze een jaar of 8, dan zijn kinderen op dat gebied toch al gevormd.”

Omdat het nooit te laat is om te leren, volgen hier de zeven vuistregels voor een welgemanierde maaltijd.

1. Samen eten is een sociaal gebeuren.

Dé gouden regel waarvan alle goede manieren aan tafel afgeleid zijn. Immers, een goede, culinaire opvoeding begint bij hoe een gezin de maaltijd beleeft. „Veel ouders zijn druk tegenwoordig en zien een maaltijd als een noodzaak”, zegt Van Weering. „Dat is het natuurlijk ook, maar een ontbijt, lunch of diner is méér dan alleen voedsel tot je nemen. Het is een rustmoment voor het gezin en zo kun je het van tevoren ook uitleggen aan je kinderen. Aan tafel maak je deel uit van een gemeenschappelijk gebeuren. Daar loop je dus niet van weg.”

2. Bijgevolg is een kindertafel niet zo’n goed idee.  

„Waarom zou je dat doen?”, zegt Van Weering. „Welke boodschap geef je dan aan de kinderen? Dat ze er niet bijhoren, dat ze maar apart moeten zitten? Laat ze onderdeel zijn van de gezinsmaaltijd. De traditionele setting voor een gezin aan tafel: de grootouders krijgen de ereplaatsen. De ouders zitten naast hen, de kinderen zitten aan de buitenkant. Als ze zich heel goed gedragen, mogen kinderen tussen de ouders in zitten.”

3. Geen iPad aan tafel.

„Want als je de maaltijd als een sociaal gebeuren ziet”, betoogt Van Weering, „dan horen tablet en telefoon niet aan tafel.”

4. Praten mag, de conversatie domineren niet.

Het is natuurlijk fijn als je kind lekker meebabbelt over hoe het was op school. Maar, zoals etiquettegoeroe Amy Groskamp-ten Have al opschreef in haar klassieker ‘Hoe hoort het’: ‘Aanbeveling verdient het de kinderen tijdens den dagelijkschen maaltijd te laten praten en vertellen. (…) Ongemanierd is het wanneer kinderen het hoogste woord voeren, luidruchtig praten of dwars door de conversatie der ouderen heen schreeuwen. Tafelmanieren gelden ook voor kinderen, die moeten leeren zwijgen wanneer ouderen aan het woord zijn.’ Van Weering: „Praat ook niet over ziektes, godsdienst, seks, geweld of politiek. Houd de conversatie aangenaam.” Met volle mond praten is natuurlijk nog steeds heel erg not done. „Net als een vraag stellen als je tafelgenoot net zijn mond gevuld heeft.”  

5. Eet als iedereen opgeschept heeft.

„Een vaak gemaakte fout is dat mensen hun kinderen al laten beginnen met eten als ze zelf nog niet klaar zijn met opscheppen”, zegt Van Weering. „Wachten tot iedereen te eten heeft, is beter, zodat je tegelijk kunt beginnen. Probeer ook niet als eerste je bord leeg te eten, of als laatste te eindigen.” Schrokken, proppen: niet fijn. „Neem kleine hapjes en pauzeer regelmatig. Maak van je bord tijdens zo’n pauze geen roeiboot. Leg mes en vork  in een omgekeerde letter V op het bord,  dan doe je het netjes.”

6. Je past je aan aan de rest.

„Etiquette is bedoeld om ervoor te zorgen dat je niet opvalt. Dat je rekening houdt met anderen, zodat je prettig en plezierig gezelschap bent. Als iedereen met zijn handen eet, doe jij dat dus ook. Goede tafelmanieren vallen niet op, het ontbreken ervan wel.”

7. Opvoeden doe je thuis, niet in het restaurant.

Ouders die hun kinderen op luidruchtige wijze moeten corrigeren in het openbaar, gaan thuis eigenlijk al de mist in. Want, zo vindt Van Weering: „In een restaurant kijk je naar de vruchten van je opvoeding. Daar hoor je niet meer te corrigeren. Kijk ook naar het karakter van je kind en naar het type restaurant. Is je kind niet zo’n stilzitter? Ga dan niet naar een dure gelegenheid waar meerdere gangen geserveerd worden.” Maar wat je ook ziet of meemaakt in het openbaar, andermans kinderen berispen, is he-le-maal fout. „Zeker waar de ouders bij zijn, is dat een grote schoffering”, zegt Van Weering. „Soms is het ook leven en laten leven. Leven is verschil, en daarin moet je mensen in hun waarde laten.”

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!