Restaurator Martine van der Plas: Er gaan gelukkig altijd dingen stuk

8 augustus 2014 om 06:46 door Linda Oudendijk
Restaurator Martine van der Plas: Er gaan gelukkig altijd dingen stuk

Restaurator is niet echt een gangbaar beroep. Hoe ben je er toe gekomen?
Ik was paardrij-instructeur en trainde springpaarden, heel wat anders. Omdat ik wat anders wilde hielp ik mijn vader tijdelijk. Hij was beeldend kunstenaar en had op de kunstacademie als bijvak restauratie gevolgd. Toen hij mij liet zien hoe je een schilderij restaureert, sprong de vonk tussen mij en het beroep over.

Dus je hebt het geleerd van je vader?
Het eerste begin wel, daarna heb ik stage gelopen bij restauratoren en gewerkt bij grote bureaus. Er waren toen nog geen opleidingen. Verder heb ik veel cursussen gevolgd en bij collega’s gewerkt, dan kun je kijken naar en overleggen over elkaars manier van werken, daar leer je nog het meest van.

Wanneer dacht je: nu heb ik het aardig onder de knie?
Dat heb je volgens mij nooit. Ik zit 28 jaar in het vak en raak nooit uitgeleerd. Je bent altijd bezig met jezelf ontplooien en verbeteren. De ontwikkeling van materialen en technieken staat ook niet stil.

Wat is er veranderd in de loop van de jaren?
Om gaten in schilderijen te restaureren, werd bijvoorbeeld beenderlijm gebruikt, dat is acryllijm geworden. Het voordeel is dat je acryllijm na verloop van tijd weer kunt activeren en het er makkelijk afhaalt. Ook zijn ideeën en inzichten over restaureren veranderd. Vroeger werden schilderijen soms zo over de kop gerestaureerd, waardoor een impressionistisch werk net nieuw leek. Nu laten we dingen wat vaker zitten, er mag wat leeftijd te zien zijn.

Wat is er zo leuk aan het beroep?
Het is een levendig vak. Je weet nooit hoe iets loopt en er is altijd wel een verrassing. Je moet op het puntje van je stoel blijven zitten, concentratie en motivatie zijn erg belangrijk. En je moet goed kunnen improviseren en los kunnen laten wanneer nodig.

Wat restaureer je het liefst?
Van schilderijen met een bepaalde structuur word ik fanatiek. De uitdaging is om het precies na te maken. En het restaureren van ornamenten op lijsten is ook erg leuk werk. Een van de hoekornamenten restaureer ik. Daar maak ik een afdruk van en zo giet ik de andere drie hoeken. Maar mijn favoriete bezigheid blijft toch het schoonmaken van schilderijen.

Hoe doe je dat?
Je bekijkt goed wat voor vuil het is en dan ga je voorzichtig met verschillende vloeistoffen over de verf heen om te kijken wat het doet. Langzaamaan bouw je de sterkte van de vloeistof op. Het is de kunst om de verflaag zelf niet te beschadigen, dus je moet niet blijven poetsen.

En spreekt het precieze aspect van het werk je aan?
Het is niet alleen heel precies werk, je moet ook wel eens kracht gebruiken om bijvoorbeeld een schilderij op te spannen of een lijst goed in elkaar te zetten. Het loepbrilletje geeft aan dat het priegelwerk is, maar dat is maar een heel klein onderdeel.

Welke onderdelen zijn er nog meer?
Restaureren; verbeteren zoals ons oog het goed vindt en conserveren; conditie van het object versterken. Deze onderdelen vallen ook vaak samen. Je kunt iets aan een schilderij verbeteren waardoor de conditie verbetert en het er mooier uitziet. Daarnaast adviseer ik bij verzekeringswerk of taxeer ik stukken voor erfenissen.

Daar komen vast veel verhalen uit?
Ja, er gaan overal dingen stuk. Het betreft burenruzies, echtscheidingen, mensen die tijdens een verhuizing een schilderij tegen een tafelpunt aanzetten, waarna de tafelpunt opeens door het doek heen komt.

Wat is het meest bijzondere werk dat je hebt gerestaureerd?
De plafondschildering uit de 17e eeuw in de Eerste Kamer in 1994. Dat was heel bijzonder om mee te maken omdat het weer zeventig jaar duurt voordat er iemand zo dichtbij komt. En het was ook heel speciaal om een wandschildering van mijn vader te restaureren. Dat had wel een dubbele laag.

Welk werk zou je heel graag willen restaureren?
Ik zou wel willen meewerken aan het schoonmaken van De Nachtwacht, hoewel het een vreselijke klus zal zijn aangezien het al heel vaak is gerestaureerd.

Kun je een bepaalde handtekening hebben?
Dat kan, maar hoort niet. Het is niet de bedoeling dat je een eigen invulling aan een werk geeft. Toch zullen collega’s een ’Van der Plas’ wel herkennen aan een bepaalde afwerking of manier van opspannen. Ik herken het werk van collega’s ook.

Ben je qua kunstsmaak beïnvloed door je vader?
Kennis van kunst heb ik zeker meegekregen van mijn vader, maar smaak ontwikkel je zelf. Ik ben helemaal weg van het impressionisme, maar ook van abstracte kunst. Ik vind het heerlijk dat je elke keer wat anders kunt zien in een werk.

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!
 

d