Spanje snoert criticasters de mond in de EK-finale door Italië met een galavoorstelling opzij te zetten: 4-0.
Na de Europese titel in 2008 en de wereldtitel in 2010 is Spanje nu ook Europees kampioen in 2012. Geen enkel land wist in de historie van het mondiale voetbal drie eindtoernooien winnend af te sluiten, tot gisteravond.
Waar de Spanjaarden bij de voorgaande twee toernooien bewierookt werden, kampte de ploeg van succescoach Del Bosque tijdens dit EK met de nodige kritiek. Het tiki-taka-voetbal heette ineens saai, steriel en passieloos te zijn. Spanje had balbezit tot de norm verheven, maar drukte niet door. De ‘rondo’ diende ineens om doelpunten te voorkomen in plaats van ze te maken, zo luidde de kritiek.
Maar het enige wat saai kan worden genoemd aan de Spanjaarden is de dominantie die ze nu al vier jaar lang tentoonspreiden op de voetbalvelden. Voetbal is ook emotie en moet spannend en verrassend zijn. In dat aspect appelleerde Italië meer aan het gevoel van de voetballiefhebber. Emoties bij de manier waarop de Italianen hun volkslied hartstochtelijk meezongen, spannend op de manier waarop Balotelli de gemoederen bezig hield en verrassend in een wijze dat een land, geteisterd door een omkoopschandaal en waarvan niks werd verwacht, toch de finale wist te bereiken.
Voetbal is ook het verhaal achter de spelers. Ook op dit vlak scoorde Italië meer punten. Balotelli kende iedereen als een vervelende blaag, maar tijdens dit toernooi beklijfd vooral het beeld van een huilende Balotelli die na zijn twee goals in de halve finale tegen Duitsland huilend zijn adoptiemoeder Silvia in de armen valt. En dan het verhaal van die oude dirigent Pirlo. Op een zijspoor gezet door AC Milan, wraak genomen door Juventus naar de titel te leiden en bezig aan zijn laatste kunststukje. Het EK moest zijn magnum opus worden.
En wat natuurlijk vooral tot de verbeelding sprak was dat Italië in Polen en Oekraïne het deken van de catenaccio van zich afschudde. Bondscoach Prandelli zag dat in het internationale voetbal de bakens verschoven. Aanvallend voetbal werd de norm en Italië kon hierin niet achterblijven vond hij. “We moeten ons verleden koesteren, maar wij ontkomen er niet aan om hierin ook onze verantwoordelijkheid te nemen”, zei Prandelli hierover.
Waarschijnlijk stopt Prandelli, want de druk was immens gaf hij toe. “De afgelopen maanden waren heel zwaar, ook al heb ik een uitstekende band met het team en de bond. Het ligt als een zware last op mijn schouders. Ik heb niet de rust waar ik eigenlijk naar op zoek was.”
Voor Italië is het te hopen dat de opvolger het pad blijft bewandelen dat Prandelli is ingeslagen. Aanvallend voetbal loont, dat bewijst Spanje. Want als je alle sentimenten opzij legt en puur naar het voetbal kijkt, kan er niet anders dan geconcludeerd worden dat Spanje terecht Europees kampioen is geworden. De ploeg had het meest de bal, ondernam de meeste doelpogingen, maar kreeg dus toch te kampen met kritiek. En dat werkte als een rode lap op een stier en in de finale werd het arme Italië het kind van de rekening.
La Furia Roja deed haar naam eer aan door furieus Italië over de kling te jagen. Met rust was de wedstrijd al gespeeld door goals van Silva en Alba. In de slotfase liet invaller Torres nog van zich spreken door de 3-0 te scoren en de assist te leveren op Mata. Het werd 4-0, een ongekend hoge score in een finale. Ook in dit oogpunt schrijft Spanje historie.













