Met de eerste bergetappes van zaterdag en zondag voor de boeg is de hectische week van uit de problemen blijven en jezelf sparen van de klassementsrenners definitief voorbij. Zaterdag moeten ze met de billen bloot op de steile slotklim La Planche des Belles Filles en een dag later volgt een lastige etappe door de Jura met zeven beklimmingen. Voor Robert Gesink, Bauke Mollema en Wout Poels begint de Tour nu echt. Metro blikte met ze vooruit en ziet een verschil in aanpak.
Deel 1, Robert Gesink (Rabobank):
Reed een teleurstellende Ronde van Frankrijk vorig jaar en je zou verwachten dat een getergde Gesink op revanche zou zinnen. Maar Gesink is juist relaxed aan deze Tour begonnen. “Ik mag in mijn handjes wrijven waar ik nu weer ben”, refereert hij aan zijn beenbreuk van afgelopen september. “Eerst heb je ene gebroken been, drukken ze er een pin in en nu praten we alweer over het klassement van de Tour de France. Als je dat in je achterhoofd houdt, kun je redelijk relaxed aan de Tour beginnen.”
En mocht het toch nog te vroeg zijn? “Na alles wat ik allemaal heb meegemaakt ben ik overal voor gewapend. En mocht het toch te vroeg komen, dan komt er nog een Vuelta en gaan we daar volle bak voor. Met de ploeg waarmee we nu rijden met drie kopmannen met naast mij Bauke (Mollema, red.) en Steven (Kruijswijk, red.) kunnen we ook voordeel pakken. We hebben een ploeg die kan anticiperen. We kunnen aanvallen en hebben met ploegleider Nico Verhoeven iemand die op het juiste moment renners naar voren durft te schuiven.”
Het interview met Wout Poels lees je hier
Het interview met Bauke Mollema lees je hier

















