Gespannen staar ik naar mijn opponent, die de bal op de penaltystip legt. Ik ken mijn tegenstander nauwelijks, dus besluit geen hoek te kiezen, maar te wachten op zijn schot. Het maakt allemaal niets uit. Verwoestend jaagt hij de bal in de touwen, waarna hij achteloos wegrijdt. Voetbalrobot versus Marieke, 1 tegen 0.

De voetbalrobots van de Technische Universiteit Eindhoven hebben deze week op het WK RoboCup in Mexico slechts één doel: China onttronen als regerend wereldkampioen. “Na vier zilveren plakken op rij, zijn we opnieuw een van de topfavorieten”, stelt universitair hoofddocent René van de Molengraft.

Wie de robots ziet, gelooft dit meteen. Passen, dribbelen, de tegenstander dollen, ze beheersen het allemaal. En voor de goal wisselen artistieke lobjes en snoeiharde poeiers elkaar moeiteloos af. Wie denkt dat een whizzkid met een joystick hen bedient, heeft het mis. Het gedrag van de robots is voorgeprogrammeerd, maar alle beslissingen op het veld nemen ze zelf.

Met behulp van een ingebouwde camera ziet de robot waar hij is. Zelf heeft hij maar een zicht van vijf meter, maar omdat robots via een draadloos netwerk alles met elkaar delen, weten ze precies waar hun medespelers en tegenstanders zijn. Met hun wieltjes controleren ze de bal, door middel van een uitklapbare lepel schieten ze op doel. Bovendien zijn ze uiterst wendbaar en verplaatsen zij zich razendsnel: met vier meter per seconde. “De robots hebben zich de laatste jaren in rap tempo ontwikkeld”, geeft Van de Molengraft aan. “In 2005 bewogen de robots zich nog maar moeilijk. Nu zie je vaak prachtige aanvallen.”

Dat is nodig ook, want de lat ligt hoog. In 2050 moeten de voetbalrobots de menselijke wereldkampioen verslaan. De driehoekige apparaten komen nu nog tot kniehoogte en spelen in een zaal op een mat van twaalf bij achttien meter. Het is echter slechts een kwestie van tijd voor ze even lang zijn als Van Persie, Robben en Sneijder en op een groot voetbalveld schitteren. Van de Molengraft: “Specialisten zijn wereldwijd bezig om de menshoge robots goed te leren lopen en schieten. Daarna gaan ze zich richten op rennen, uitdelen en incasseren. Als ze dat allemaal beheersen, kunnen we beide robots samenvoegen en zullen we klaar zijn voor de strijd met de menselijke wereldkampioen.”

Voor het zover is blijft Van de Molengraft druk met het constant verbeteren van zijn eigen robots. “De komende jaren zullen ze leren om een beter begrip te krijgen, zodat ze sneller kunnen anticiperen op situaties. Een mens kent het trucje wel als iemand hem of haar drie keer aan dezelfde kant heeft gepasseerd. Over een tijdje herkennen robots deze patronen ook in het spel van de tegenstander. Verder zullen ze dan in staat zijn om hun tactiek en systeem te wijzigen, afhankelijk van het moment in de wedstrijd.”

Volgend jaar wordt het WK zeer waarschijnlijk in Eindhoven georganiseerd. “Dat gaat één groot feest worden”, lacht Van de Molengraft. Bij de Dutch Open zaten er tijdens de finale afgelopen april al 2000 man op de tribune. Dat aantal gaan we in 2013 zeker overtreffen.”