Vier oefenwedstrijden: twee nederlagen, twee overwinningen. Waarbij de 6-0 op Noord-Ierland weinig zegt. Een magere score voor Oranje. Tegen Denemarken moet Oranje er op 9 juni staan. Tot die tijd is het zaak om fit te blijven, werken naar een vast elftal en om te schaven aan de uitvoering. Zowel bondscoach als spelers trainen daarom dan ook liever dan dat ze oefenwedstrijden spelen. Eigenlijk zijn die wedstrijden een noodzakelijk kwaad. In deze oefencampagne lijkt dit meer dan ooit te gelden. Allereerst was er die wedstrijd tegen Bayern waarop niemand zat te wachten, toen de domper tegen een zwak Bulgarije, gevolgd door een overwinning op Slowakije. Maar hierbij gaf de uitvoering te denken. Zaterdag was Noord-Ierland de tegenstander. Het half dozijn treffers was leuk voor de vijftigduizend fans, maar Noord-Ierland was van een bedroevend niveau.
Iets wat Bert van Marwijk na afloop beaamde. Maar hoe kun je tegen zo’n team je progressie meten? “We speelden sneller en ik heb mooie combinaties gezien”, vond de bondscoach. Ook Arjen Robben zag patronen terug waarop tijdens training is geoefend. “En we hebben de discipline opgebracht om negentig minuten voluit te gaan.” Nigel de Jong was het hiermee eens. “We hadden na de tweede of derde goal kunnen zeggen dat het genoeg was geweest.”
Gregory van der Wiel gaf toe dat de 6-0 wel goed was voor het vertrouwen. “Niet dat we dat niet hebben, maar het is toch wel lekker.” En dat vond John Heitinga ook. “Ik ben blij dat we nu naar Polen gaan. Nu begint het EK écht.” Of Nederland er klaar voor is weet niemand, maar geen oefenduel meer dat voor een onderbreking zorgt.


















