Stadgenoten AC Milan en Inter hebben zondagmiddag allebei verloren. Milan, met Urby Emanuelson in de basis en Nigel de Jong negentig minuten lang op de bank, dolf met 2-1 het onderspit bij Udinese. Het Inter van Wesley Sneijder ging thuis pijnlijk onderuit tegen Siena: 0-2.
De Zweed Mathias Ranégie zette Udinese voor rust op voorsprong, waarna Stephan El Shaarawy vlak na rust de zevenvoudig Champions Leaguewinnaar op 1-1 zette. Een strafschop van Antonio Di Natale maakte tien minuten voor tijd het verschil. Milan verloor niet alleen de wedstrijd, maar ook Kevin-Prince Boateng en Cristian Zapata. Beide mannen mochten inrukken met een rode prent.
Inter deed het in Milaan niet veel beter dan zijn stadgenoot. Simone Vergassola en Francesco Valiani zorgden de laatste twintig minuten voor een overwinning voor Siena.
Napoli profiteerde ondertussen nauwelijks van het puntverlies van zijn concurrenten. De nummer twee van de competitie wist voor het eerst dit seizoen niet te winnen en speelde doelpuntloos gelijk bij Catania.
Bologna en Pescare hielden elkaar in evenwicht: 1-1. Alberto Gilardino en Juan Quintero lieten het net bollen. Atalanta-speler Christian Raimondi wist twee minuten voor tijd het enige doelpunt te maken tegen Palermo: 1-0.
AC Milan heeft nu drie van zijn vier duels verloren en staat niet ver van de degradatiezone. Inter won en verloor er twee en neemt de zesde stek in. Napoli hoeft alleen Juventus voor zich te dulden. Lazio kan, mits het zondagavond wint van Genoa, op gelijke hoogte komen met de koploper.

















