Het zag er zo gemakkelijk uit, maar dat was het niet. Het ging wel helemaal volgens het boekje. Na vijf jaar de teleurstelling van het zilver heeft Marianne Vos eindelijk weer de regenboogtrui in handen die ze als eerstejaarsprof in 2006 veroverde. “Iedereen die me een beetje kent weet dat ik graag win, maar vooral niet van verliezen houd” , vatte Vos het zelf samen. In Valkenburg kwam de 25-jarige Brabantse solo aan nadat ze tijdens de laatste beklimming van de Cauberg haar medevluchters had laten staan. Zilver ging naar de Australische Rachel Neylan en brons naar de Italiaanse Elisa Longo-Borghini.
Twee rondes voor het einde overbrugde Vos op de Cauberg het gat met de kopgroep. “Ik hoefde niet om te kijken, ik hoorde aan het publiek dat ze eraan kwam”, zei medevluchter Anna van der Breggen die haar eerste WK verdienstelijk als vijfde afsloot. Vanaf dat moment namen Van der Breggen en Vos de koers in handen. Dat machtsvertoon werd afgerond met de memorabele laatste meters van Vos met een Nederlandse vlag boven haar hoofd gehouden.
“Solo winnen is nog mooier, dan hoef je niet te sprinten”, zei Vos na afloop, al had ze ook best op haar sprint durven te vertrouwen. “Het was een perfecte race. Omdat het parcours selectiever was dan in Londen (waar de Nederlandse ploegentactiek ook goed uitpakte met goud voor Vos, red.), was het ook gemakkelijker om de koers naar ons toe te halen.”
Waar andere olympisch kampioenen de teugels lieten vieren na de Spelen had Vos nog een doel. Het was volgens de wielrenster wel lastig na dat piekmoment eind juli in Londen. “Maar deze moest nog komen en dat wilde ik niet mislopen”, aldus de wielrenster die op elk WK in eigen land - veld, baan en weg – de regenboogtrui pakte.
Na de voor de Rabovrouwen dramatisch verlopen ploegentijdrit een week eerder , wist Vos al dat het met de vorm weer goed zat, zo vertrouwde ze haar pa Henk toe. Tijdens de koers straalde ze vooral rust uit. “Als je weet dat je goed bent en iedereen kunt verslaan, dan geeft dat ook rust”, zei de wereldkampioene na afloop.
Toch moest ze ook nog wel eens terugdenken aan die vijf voorgaande edities waarin het steeds mislukte. “Het verschil? Toe kon ik nog niet het verschil maken, zoals ik dat nu kan”, al vergat ze daarbij niet haar ploeggenoten te prijzen en bedanken. “Een jaar als dit is inderdaad bijna niet te overtreffen”, gaf ze toe, al wilde ze nu niet vooruit kijken. “Eerst ga ik hiervan genieten.”

















