Je hebt drie veldritten achter de rug. Tevreden?
Mijn doel was om dit jaar te proberen een top 10-renner te worden bij de profs. En dat is nu eigenlijk al in drie crossen gelukt. Dat had ik niet verwacht.
Wat merk je aan het niveau?
Ze kunnen allemaal wat ik kan, alleen rijden ze nog een stukje harder bij de profs. Bij de beloften reden we de laatste twee ronden volle bak tempo. Nu gaat het zo de hele koers zo en die is tien minuten langer. En dan heb je nog de versnelling in de laatste twee ronden.
Heb je je daar specifiek op voorbereid deze zomer?
Ik heb er wel meer op getraind. Meer duur en in alles een stapje meer gedaan. De snelheid bij de start is nog niet zo’n groot verschil, maar het tempo van het hele rondje wel.
Hoe kijken ze, al die Vlaamse veldrijders, tegen jou aan?
Ik ben met open armen ontvangen. Ze zijn er heel blij mee omdat ze denken dat het goed voor de sport is. Ze hopen dat ik mee kan strijden om de top drie. Dat wil ik zelf natuurlijk ook graag, maar dat gaat dit jaar nog niet lukken. Misschien dat ik op een goeie dag voor een stunt kan zorgen en een keer kan meesprinten voor de zege.
Wat steek je van ze op?
Ik leer vooral dat ik meer kan dan ik had gedacht. Je gaat een keer mee in het wiel en dn leer je dat je meer kan dan je had verwacht. Ik ben nog nooit eerder zo diep moeten gaan. Ik ben van nature een technische renner , dus wat betreft sturen valt het wel mee. Soms pakte ik in de afgelopen koersen daar nog wat terug. Maar in het wiel van Sven Nys leer je natuurlijk wel heel veel.
Heb je moeten knokkken voor je plek?
Ja zeker in de eerste veldrit in Kalmthout. Renners wilden niet in mijn wiel zitten omdat ze dachten dat k het niet bij zou houden en gingen me aan alle kanten voorbij. Toen heb ik meteen wat agressie erin gegooid. De tweede koers in Ruddervoorde lieten ze al wat meer met rust. Toen in Ruddervoorde de drie toppers van dit moment er vandoor gingen (Sven Nys, Niels Albert en Serge Pauwels, red.) sprong ik mee. Als je dan ziet dat achter je een gat valt, dan voelt dat wel goed. Ik kreeg materiaalpech en moest ze laten gaan, al wil ik niet zeggen dat ik dat anders had volgehouden.
Heb je nooit gedacht, als ik echt de top wil bereiken moet ik eigenlijk naar een Belgische ploeg?
Nee, ik denk dat ik met Richard Groenendaal een heel goede coach heb. Voor het Nederlandse veldrijden is het denk ik ook belangrijk dat ik bij een Nederlandse ploeg rijd. In een Belgische ploeg word je sneller opgehemeld en krijg je ook al bij de beloften meer materiaal, maar bij Rabobank is het begeleidingstraject beter.
Toppers als Lars Boom en dit jaar Zdenek Stybar stapten over naar de weg. Jij hebt al vaker laten weten dat je voor het veld kiest.
Ik vind het een heel mooie sport. Ben er ook beter in dan op de weg.
Hoe komt een jonge wielrenner er op om te gaan veldrijden?
Ik was al eerder begonnen, maar gestopt toen mijn zusje overleden was. Toen ik het daarna oppikte, was het tegen de winter aan vroeg mijn pa wat ga je doen, mountainbiken, veldrijden? Ik ging fietsen bij de club Axa Valleirenners in Veenendaal en daar werd veel aan veldrijden gedaan. Ik sprong er meteen uit qua techniek en energie.
Hoe lang denk je dat je nodig hebt om de Belgische hegemonie te kunnen breken?
Vorig jaar waren de Belgen een tot en met zeven op het WK, maar dat was wel op een Belgisch parcours. Het was logisch dat ze daar goed zouden rijden. Ik hoop dat ik volgend jaar vaker mee kan zitten. Om elke wedstrijd op dat niveau te kunnen presteren, moet ik de komende twee jaar sterker worden, groeien in conditie en techniek.












