Gert, je bent alomtegenwoordig!
Als je drie weken met je kop op tv bent, verandert een hoop. Er is zelfs een reallifesoap gemaakt, Gerts Missie. Maar ik heb het boek gelukkig niet zelf hoeven schrijven.
Een wereld van verschil met je vroegere leven, waarin maar een ding telde.
Vroeger was het eenvoudig, zo hard mogelijk trappen. Maar alles went. Ik vind dit hartstikke leuk. Dat moet ook wel, want als je live in zo’n programma niet jezelf kan zijn , raak je doodop.
Er is op tv blijkbaar een grote behoefte aan oud-renners die kunnen duiden wat we zien. Waarom is dat?
Ik denk dat veel kijkers van Mart Smeets het inhoudelijk wel snappen. De RTL-kijkers zijn veel nieuwe wielerkijkers. Dan moet je de Tour de France uitleggen in normale mensentaal, en daar houd ik ook van. Wielrennen is ook geen hogere wiskunde.
In de jaren waarin jij ( 1987-1993) reed was het vanzelfsprekend dat we meededen voor klassement en de etappezeges. Verwachten wij nu te veel?
Nee we verwachten niet te veel. Maar ik baal wel van het verwachtingspatroon dat over die jongens wordt uitgesproken. Als wij bij Raas naar de Tour gingen, was dat om ritten te winnen en werd dat ook gezegd. Het is goed om zoiets uit te spreken, dan ga je er ook in geloven.
En dan zitten er twee tv programma’s klaar om ze daarop af te rekenen.
Ja, maar nu gaan we ook zeuren als de renners van een van de bestbetaalde ploegen daar als gebaksdozen rondrijden. Dus in principe maakt dat geen verschil. Ze kunnen er beter invliegen.
Zijn de klassementsrenners en hun ploegen te bang om onnodig energie te verspelen?
Ja, maar ik kan ze ook uit de droom helpen. Kijk naar zo’n Thomas de Gendt van Vacansoleil in de Ronde van Italië dit jaar. Stel zo’n ploegleider zegt, houd je maar een beetje in, dan kunnen we misschien in de afsluitende tijdrit een top vijf plek vasthouden. Maar nee, Michel Cornelisse zegt vlieg er maar in. Hij rijdt de hele dag op kop, maar omdat hij wint, rijdt hij de volgende dag ook nog een wereldtijdrit en wordt derde. Dat is een kwestie van benadering.
In je boek vertel je veel wat menigeen binnenskamers zou houden. Waarom ben jij niet zo?
Omdat ik alles vertel. Hoef ik aan tafel straks ook niet na te denken of iemand iets van mij weet.
Voelde jij die schroom niet? Je vertelt bijvoorbeeld over je verslaving aan amfetaminen.
Ik vertel dat ook omdat heel veel mensen denken dat dat heel duur is. Ik had zo’n pot plus een insulinespuitje, waarmee je twintig doses eruit kon trekken. En dat voor tachtig gulden. Je doet wel eens domme dingen, maar als je het hele verhaal vertelt, kun je ook verklaren waarom het is gebeurd.
Wat is die verslaving bij voormalig topsporters dat ze steeds terugkeren naar hun sport?
Het is een heel intensieve periode. En het is ook een machtig mooie sport.
Maar ook een monster dat alles opslokt?
Jazeker. Dat is ook het moeilijke als je stopt. Je bent stuurloos, hebt nooit een sociaal leven opgebouwd. Ik wilde dat allemaal inhalen toen ik stopte. Wielrennen is een sport van extremen en als je stopt ga je dat extreme ook opzoeken in een ander soort leven.
Waar lag jouw hart meer, bij Superconfex van Raas of bij PDM?
We zijn bij PDM met Breukink derde geworden, maar Superconfex was een vriendenploeg. We reden bij Raas een Tour met alleen maar jongens die niet goed de bergen over kwamen. Maar we stonden als enige ploeg met z’n negenen in Parijs. Dat kan alleen als je vrienden bent.
Erik Oudshoorn, Meesterknecht, biografie van Gert Jakobs, Voetbal International, 17,95 euro.


















