Feyenoord speelt thuis gelijk tegen Heerenveen: 1-1. Teleurstellend. In de Kuip wacht men vol smart op een doelpuntenmaker.
Het is de 38e minuut als Immers de bal op een presenteerblaadje krijgt van Fernandez. Heerenveenkeeper Nordfeldt ligt al bijna, maar de halfbakken stift raakt de keeper toch. “Dit is al de vijfde wedstrijd op rij dat Lex niet tot scoren komt”, zegt Feyenoordcoach Koeman na de wedstrijd. In de rust pakt hij Immers hard aan, geeft hij toe. “Als je een kans mist, moet je dat met overtuiging doen. Een stift lukt alleen als je er al drie in hebt liggen. Lex hikt tegen een doelpunt aan, maar met een stift dwing je geen geluk af.”
Wat heet. Mathijsen luistert een kwartier voor het einde zijn teleurstellende rentree op met een rode kaart na een overtreding op Djuricic in de zestien. Djuricic benut de penalty zelf. Feyenoord lijkt op een nederlaag af te stevenen, maar opeens is daar Schaken die vlak voor het eind een punt redt. Opluchting in De Kuip, maar ook radeloosheid. Hoe lang gaat dit nog goed? Wie maakt de kansen wel af?
Terug naar die 38e minuut. Een doelpunt betekent rust in het spel, ruimte om de voorsprong uit te bouwen, een feestende Kuip, plus het feit dat Immers eindelijk van een loden last af is. Nu begint de Kuip te morren, wordt er om Guidetti gezongen en juichen de fans vijf minuten voor het einde als Immers wordt gewisseld. Ook bij sommige medespelers lijkt het geduld op te raken. “Het moet nu wel een keer komen” vindt neo-international Martins Indi. “Wij zijn allemaal professionals en mogen wel wat meer van elkaar eisen. Maar dat krijgt’ie ook wel te horen, zoals in de rust.”
Het Legioen schreeuwt om goals, om Guidetti. Hoe gaat spits Fernandez hiermee om? “Ik kan er niet zoveel mee, dus waarom zou ik daarover nadenken? Je moet vrij zijn in je hoofd en zo min mogelijk nadenken op dingen waarop je toch geen invloed hebt. Als team maken we het niet af en dat moet veranderen. Maar persoonlijk trek ik het me niet aan, omdat ik die kansen niet heb gemist. Die kans van Lex heb ik ook voorbereid. Je kan dan denken ‘hij zit niet lekker in de wedstrijd, laat ik het zelf doen’, maar daar moet je voor waken. Lex doet zijn uiterste best en is hier naartoe gekomen met de verwachting dat hij belangrijk kan zijn voor de ploeg. Je kan wel zeggen dat kritiek je niets doet, maar als iedereen tegen je zegt dat het tijd wordt om te scoren, neem je dat toch mee. Het nestelt zich dan in je hoofd en dat kun je niet gebruiken. Spelers moeten vrij zijn in hun hoofd, vooral spitsen. Lex heeft tijd nodig en moet doen wat hij bij ADO ook heeft gedaan. Dan weet ik zeker dat we veel plezier aan hem gaan beleven.”


















