Feyenoord-NEC van 29 september jongstleden is een half uur oud als NEC-speler Sno door zijn knieën zakt en met zijn rechterhand naar zijn hart grijpt. De schrik slaat de aanwezigen in De Kuip om het hart. Op eigen kracht en onder een ovationeel applaus loopt Sno van het veld en wordt hij uit voorzorg overgebracht naar het Erasmus ziekenhuis in Rotterdam.

Sindsdien is er een hoop gezegd en geschreven. Veelal onzin. Zo roept Feyenoord-arts Casper van Eijck dat Sno een hartstilstand had (“Als dat zo was had ik echt niet op eigen kracht het veld af kunnen lopen”) en vindt Pierre van Hooijdonk in Studio Voetbal dat Sno beter kan stopen met profvoetbal (“Mensen weten niet waarover ze praten”). Ondertussen wordt Sno onderworpen aan extra onderzoeken. Op 3 oktober wordt duidelijk dat hij een hartritmestoornis had en een week later is er groen licht: Sno kan zijn loopbaan gewoon voortzetten.

Gisteren gaf Sno tekst en uitleg over de afgelopen roerige periode. Alhoewel Sno alle ophef wel wat overdreven vond. “Ik voelde me draaierig en ik voelde het kastje een schok afgeven. Alles ging heel snel, maar ik was er ook wel snel klaar mee. Eigenlijk wilde ik meteen weer spelen. Ik weet waar het kastje voor dient. Het heeft goed zijn werk gedaan.”

Dat ‘kastje’ is de implanteerbare cardioverter-defribillator (ICD) die continu het hartritme bewaakt. Zolang het ritme binnen de normale grenzen ligt gebeurt er niks. Is dit niet het geval dan geeft de ICD een krachtige schok af die in bijna honderd procent   van de gevallen de hartritmestoornis beëindigt. Op 13 september 2010 krijgt Sno in de wedstrijd Jong Vitesse/AGOVV-Jong Ajax een hartstilstand. Sindsdien heeft hij de ICD.  

Doordat bij Sno de ICD is ingebracht krijgt hij nooit te maken met hartritmestoornissen. Tot die wedstrijd tegen Feyenoord. Terwijl de buitenwereld zich afvraagt of Sno ooit nog kan voetballen, maakt de middenvelder zich niet druk. “Ik ben een nuchter persoon. Ik snapte dat er extra onderzoeken moesten worden gedaan, maar het was geen moeilijke tijd voor mij en de mensen om me heen. Het was wachten op goed nieuws. Ik had deze uitkomst ook verwacht, alhoewel ik me toch nog opgelucht voelde. Toen het kastje twee jaar geleden bij mij werd ingebracht is er tegen me gezegd dat ik gewoon weer kan voetballen. Waarom zou dat nu dan niet kunnen?”

Bang dat het nog eens gebeurt is Sno niet. “Je weet niet of dit nog eens zal gebeuren. Ik hoop het niet. Maar toevallig is het nu op het veld gebeurt, maar het had net zo goed bij de bakker kunnen zijn. Mij is niks verteld van een verhoogd risico als je extra inspanningen levert zoals bij topsport. Vrees is de ergste vijand.”