Lange tijd vond ik niets erger dan een foto van Cristiano Ronaldo, of het moest een foto van Cristiano Ronaldo in z’n roze zwembroek zijn natuurlijk. Misschien kwam het omdat onze eigen voetballers Theo Jansen heten of Ted van de Pavert, eenvoudige polderjongens die het liefst de hele dag op plastic Adidas-slippers in hun eigen tuin zitten, die soms een kont hebben zo groot als een dorpsplein, die met kratjes bier uit spelersbussen tuimelen en leventjes leiden waarin af en toe ook iets fout gaat.
Bij Cristiano Ronaldo gaat nooit iets fout. Dat maakt hem zo irritant.
Cristiano Ronaldo heeft geen kont als een dorpsplein. Wel een lichaam als een Grieks standbeeld: een perfect geproportioneerd bovenlijf, steunend op twee stuwdammen van dijen. Het enige probleem is dat hij er zelf veel te graag naar kijkt. Van alle hoofdzonden is ijdelheid de minst erge, maar Cristiano Ronaldo overdrijft het. Elke keer dat hij een spiegel passeert wordt hij op slag verliefd op zichzelf. Het liefst zou hij de hele dag zijn eigen lijf zachtjes aaien en er dan bewonderende geluidjes bij maken.
Vroeger schijnt hij gewoon een eenvoudige tuinmanszoon uit Madeira te zijn geweest. Tot bleek dat hij extreem goed kon voetballen. Toen transformeerde hij langzaam maar zeker in wat hij nu is: een uit zijn verpakking ontsnapte Ken. Net als bij de vaste vriend van Barbie is alles al jaren té perfect aan Cristiano Ronaldo. Zijn tanden, zijn glimlach, de manier waarop het shirt van Real Madrid om zijn schouders valt, zijn zelfverzekerde loopje, de diamanten die hij in zijn oor draagt, zijn politiek correcte tweets, alles. Zelfs zijn naam is perfect. Cristiano Ronaldo, afgekort CR, heeft de allure van een exclusief automerk. Heel wat anders in elk geval dan Wilfred Bouma, afgekort Fredje.
Cristiano heeft ook een vriendin. Niet geheel toevallig is dat een lingeriemodel. Het komt zelden voor dat dit soort sterren aan het meisje van de buurtsuper blijft hangen. Voor veel vrouwen werd hij daarmee nog aantrekkelijker dan hij al was. Want: als hij zó’n lekker wijf aan zich kon binden, dan moest hij toch wel heel veel hebben.
Ik ben nooit voor die theorie gevallen. Het was altijd zijn air van onfeilbaarheid die me weerhield. Ik zag nooit een man in Cristiano Ronaldo, maar altijd een verwend jongetje dat gewoon was zijn zin te krijgen.
Tot de halve finale van de Champions League dus aanbrak en Cristiano achter de bal ging staan voor een strafschop. Hij miste. En niet zo’n beetje ook. De tranen stonden in zijn ogen.
Toen werd alles anders. Een ogenblik ontdaan van het geloof in zijn eigen onoverwinnelijkheid, werd het wereldmerk CR plotseling weer even mens. In plaats van een mondiale superster, zag ik opeens weer een eenvoudige tuinmanszoon uit Madeira hoofdschuddend het strafschopgebied uitlopen.
Er schoot een golf van medelijden door mijn lijf. Het was heel gek. Ik had hem op dat moment wel willen troosten en beetpakken en knuffelen en zeggen dat het niet erg was en zijn neusje willen afvegen mocht er een snottebel aan hangen en hem lekker lang tegen me aan willen houden en een warme kus in zijn nek willen geven.
Maar dat kan natuurlijk allemaal niet. Dan zou zijn haar in de war gaan.


















