Het is 72 jaar geleden dat het bombardement op Rotterdam plaatsvond. Op welke manier kijkt u naar deze voor de stad ingrijpende gebeurtenis?
Je kunt er op heel veel verschillende manieren naar kijken, ik kijk er naar vanuit een sociologisch oogpunt. Het bombardement heeft namelijk op het gebied van stedelijke planning enorme impact gehad.

Wordt het bombardement door veel mensen onterecht als excuus gebruikt voor de manier waarop de stad er nu uitziet?
Zo sterk wil ik het niet stellen. Maar het kwam heel veel stedelijke planners heel goed uit dat er opeens een kale vlakte was. Een groot gedeelte van de stad is na het bombardement dan ook gewoon gesloopt. Ik citeer ook een van de planners die zegt dat we de Duitsers op een perverse manier dankbaar moeten zijn, omdat veel mensen zich niet realiseren wat voor zooitje Rotterdam was voor het bombardement.

De verandering van de stad was al voor de oorlog ingezet?
Zeker, er bevond zich bijvoorbeeld een van de ergste sloppenwijken van het land. Die al was opgedoekt. En er waren grootse plannen om Rotterdam moderner te maken, met grote lange straten. Alleen was het plan niet om het helemaal plat te gooien, dat zou ook veel te prijzig zijn geweest.

Wordt het bombardement nog steeds door het bestuur van de stad gebruikt als reden om de stad naar hun hand te zetten?
Er wordt nog steeds voortdurend gezegd: ‘Er moet iets gebeuren met het hart van Rotterdam.’ Dat zie je bijvoorbeeld terug op borden bij bouwputten. Het is een beeld dat heel snel wordt opgeroepen. Terwijl de Rotterdammers zelf erg goed weten wat precies het centrum van de stad is. Er wordt voortdurend gezegd: ‘Rotterdam is niet af.’ Dit gevoel van ‘maakbaarheid’ zie je zelfs terug in stedelijk beleid.

Kunt u dat uitleggen?
Rotterdam - en dan bedoel ik het stadsbestuur - is continu bezig om te sleutelen aan een ongeschikt bevonden bevolking. Neem termen als ‘stadsmarinier’, ‘interventieteams’, en natuurlijk het ‘Pact op Zuid’. Deze zetten een metaforische verbeelding voort, waarin uitzonderingstoestanden en de oorlog centraal staan. Ze zijn vooral gericht op het wegwerken van de toestanden die een stadsbestuur niet wil zien.

Is het niet juist de taak van een bestuur om de stad en haar bevolking te verbeteren?
Men houdt te weinig rekening met de demografische ontwikkeling van de bevolking. Puur omdat dat de wens is. Ze wil af van armoede, hangjeugd, en ga zo maar door. Maar waar de armsten in de stad dan heen moeten, dat weten ze ook niet. Rotterdam, toch de enige stad van Nederland, wil soms geen stad zijn. Bij een stad horen stedelijke problemen, die moet je onderkennen en accepteren. En in sommige gevallen is pappen en nathouden dan juist een betere optie dan overtrokken hard ingrijpen.

Wat zou dan wel de oplossing zijn, als de gemeente Rotterdam een rijke, creatieve bevolking wil?

Onderwijs. Daar draait het om. Daar ga je voor een deel niet over als stad, maar je kunt er nog veel creatiever mee omgaan. Probeer daar nou eens op in te zetten, in plaats van al die macho-initiatieven als interventieteams. En ja, dat vergt een lange adem en daar ontbreekt het de meeste politici helaas aan. Ze moeten minder bezig zijn met de volgende verkiezingen, maar meer met de vorige: die waarom zij gekozen zijn.

Komen bestuurders er te makkelijk van af?

Het ontbreekt aan een kritische massa. Mensen komen niet in opstand, omdat ze niet goed uitgelegd krijgen waarom bestuurders bepaalde beslissingen nemen. Het debat moet beter.

Maar bestuurders mogen aan de andere kant ook niets verkeerds zeggen…

Ik denk juist dat mensen snakken naar een politicus die niet angstvallig alles zit te spiegelen wat mensen al denken. Iemand met een visie en charisma.

Tot slot: terug naar vandaag. U komt in uw essay met de term ‘her-denken’. Kunt u dat uitleggen?
Herdenken is wat mij betreft meer dan stilstaan bij wat in 1940 gebeurde. Het gaat er omdat dat je opnieuw denkt over de stad. In plaats van steeds weer de leegte te benadrukken moet je je buigen over de vraag hoe je perspectieven voor de toekomst kan ontwikkelen. Daar draait het om.