Door de Amsterdamse binnenstad rijden sinds gisteren dertig knalgroene elektrische scooters, Hoppers, die mensen van a naar b vervoeren voor een vaste ritprijs. Niet iedereen staat er om te springen. TCA-taxichauffeur Jan Pastors baalt behoorlijk. Niet vanwege de concurrentie, maar het onderscheid dat de gemeente maakt op de vervoersmarkt. “Wij moeten als bestuurder een tarievenkaart, rijtijdenboek, inzichtelijke vergunningen, taxipas en een aparte inzittende verzekering hebben en zij mogen zonder dit alles de straat op”, zegt Pastors. “Er wordt onderscheid gemaakt en dat is oneerlijk.”

Binnen twee maanden moeten er honderd Hoppers door de stad rijden. Ze hebben inderdaad niet de vergunningsplicht zoals taxi’s. “Ze hebben enkel een vergunning om hier te mogen opereren”, zegt een woordvoerder van wethouder Eric Wiebes (vervoer). “We houden het uiteraard in de gaten, maar juichen het toe als extra optie binnen het ov.” De fietstaxi’s werden eerder ook toegejuicht op de markt, deze worden echter binnenkort vanwege de overvloed aan banden gelegd. “De Hopper zullen we ook aanspreken mocht het niet goed gaan, maar we willen niet bedrijven die starten overladen met regels en vergunningen.”

Hedwig Niemeyer van Hopper Nederland zegt dat het groene scooter vervoer niet te vergelijken is met de grote taximarkt in de hoofdstad. “Wij rijden slechts korte ritten op bepaalde tijden van de dag. En we hebben wel degelijk regelgeving waar we ons aan moeten houden.” De chauffeurs worden allemaal getest op sociale vaardigheden, praktijk en theorie wat resulteert in een zogenaamd Hoppercertificaat waar reizigers naar kunnen vragen. “De chauffeurs zijn ook realtime te volgen via een track & trace systeem. Hierop zien de planners precies waar een scooter is, hoe hard die rijdt of die bezet is. Veiligheid staat bij ons voorop.”