Hannah Wesdorp, Angel Baegen en Iris Boender glimmen van trots. Met elk een flinke bos bloemen in de armen, en een cheque ter waarde van 2500 euro tussen hen in, laten ze de golf aan felicitaties over zich heenkomen. Hun begeleidend docent Eugeen van Keeren voorop. Ook hij is trots op de studenten Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, winnaars van de Innovatieprijs 2012. “Dit is typisch zo’n project waar Rotterdam, zelfs heel Nederland, morgen iets aan zou kunnen hebben.”
In opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming hebben de meiden onderzocht op welke manier het pedagogische element binnen taakstraffen voor jongeren is vormgegeven en welke verbeteringen hierin mogelijk zijn. “Want alleen straffen en verder niets, dat werkt niet”, aldus Hannah. “Ze moeten er ook nog iets van leren.” Iris: “Daarom hebben wij een handleiding geschreven voor zowel coördinatoren van taakstraffen als voor de jongere en zijn ouders of verzorgers.”
“Belangrijk onderdeel daarin is een gespreksmodel, met uitnodigingen voor een eindgesprek en evaluatieformulieren”, zegt Angel. “Persoonlijke gesprekken staan daarbij centraal om na te gaan wat de jongeren nu echt van hun taakstraf leren. Natuurlijk met als doel om recidive te voorkomen. Niet voor niets hebben we het project de titel ‘Bedankt en tot nooit meer ziens’ meegegeven.”
Leander Timmer en Peter Visser, studenten Ruimtelijke Ordening en Planologie, staan er al even ‘flabbergasted’ bij. Ook zij gaan er met de hoofdprijs vandoor. Hun project ‘Heat in the city’, over stedelijke hitte en de effecten daarvan, heeft de Duurzaamheidprijs gewonnen. “Een relevant onderzoek”, aldus de heren. Want ook Nederland krijgt met klimaatveranderingen te maken. Leander: “Het wordt warmer. En het is genetisch bepaald dat Nederlanders slecht tegen warmte kunnen. Door stedelijke hitte overlijden er meer mensen dan normaal en is bijvoorbeeld ook de arbeidsproductiviteit lager.” De studenten hebben met behulp van onder andere infraroodbeelden van Rotterdam de meest bepalende factoren voor het ontstaan van hitte weten te achterhalen. Deze factoren hebben zij in twee rekenmodellen verwerkt. Deze modellen zijn te gebruiken om hittestress in een wijk of stadsdeel te voorspellen en om het effect van maatregelen tegen stedelijke hitte (het aanleggen van stadsparken, gele wegen in plaats van zwart asfalt en het toepassen van bijvoorbeeld begroeide daken) in cijfers uit te drukken.
Net als de studentes hebben de jongens hiermee een zeer toepasbaar model afgeleverd. Peter: “In de toekomst wordt het mogelijk dat in bestemmingsplannen een hitteparagraaf wordt opgenomen. Zodat bij elke nieuwe bouwopgave rekening kan worden houden met de hittegevoeligheid.”












