In een statig herenpand recht tegenover Artis schuilt het drie maanden jonge en enige tattoomuseum van Nederland. De naam? Simpel maar doeltreffend: Amsterdam Tattoo Museum. Een kijkje in de wereld van tradities, opzettelijke pijniging, identificatie en kunst. Een reis langs de verzamelingen van onze eigen tattookoning Henk Schiffmacher. Van afgehakte vingerkootjes tot Japanse art en live tattooing. De 21e eeuwse freakshow van Hanky Panky.

Alle spullen in het museum zijn door Schiffmacher zelf verzameld en stonden tot drie maanden geleden in zijn huis uitgestald. Het was de tatoeëerder zelf die het idee bedacht om het in een museum onder te brengen. “Op een gegeven moment dacht ik: godverdomme Schiffmacher, je wordt binnenkort zestig en kan niet voor altijd feilloos door de APK heen komen. Je moet nu echt bedenken wat je met al die spullen gaat doen. Een museum leek mij wel een goede oplossing. Op deze manier komt het karakter van de verzameling het beste tot zijn recht.”

We beginnen in het verleden. Op de begane vloer van het museum hangt een foto van een onbekende Pakistaanse tatoeëerder. Hij zit in een lemen hutje, zo lijkt het. In zijn rechterarm een tatoeëermachine, links van hem een zwart zakenkoffertje. “Dat is een straattatoeëerder”, vertelt Roel Buitenhuis. Roel is groot, onder getatoeëerd en een zelfverklaarde ‘verzamelaar’, net als Henk. Hij is een manusje-van-alles en speelt vandaag de dankbare rol van rondleider. “Die Pakistaner biedt zijn diensten dus aan op straat. Gewapend met een machine, twee AA- batterijen en wat inkt gaat hij op pad. Meestal maakt hij tatoeages die moeten beschermen tegen onheil, zoals moord. Henk heeft er een tegen deurwaarders.”

De beleving is het ijkpunt van het museum. Elke passage van het museum is zo ingericht dat de bezoeker zich in die wereld waant. “Alles is echt”, vertelt Buitenhuis enthousiast. Het huisje van de Dajaks, de inheemse bevolking van Borneo, komt ook daadwerkelijk uit Borneo. Net als alle tatoeage gerelateerde spullen die een plekje hebben gekregen in de glazen vitrines. Trots voegt Buitenhuis daar aan toe dat “op al deze plekken in het museum ook getatoeëerd wordt”. Hoe kan het ook anders. Tijdens het wandelingetje naar de tweede verdieping, het Europese en Amerikaanse gedeelte, vertelt Buitenhuis dat de bezoekersaantallen gestaag stijgen. “We zitten na een druk bezochte opening nu gemiddeld op tachtig bezoekers per dag.”

Na de freakshow en een fotomuur van gangsters is het tijd om de geur van angstzweet te volgen. Aan de voorzijde van het pand, op de zolder, huist de tattooshop. De vaste tatoeëerder Danny Boy en gast Eric Perfect hangen wat rond. Binnen een mum van tijd ligt de arm van ondergetekende op de balie en worden de eerste lijnen met stift getekend. De geur van angstzweet komt plotseling van heel dichtbij. Een paar denkzuchtjes later krijgt Danny Boy het antwoord dat hij naar zijn mening veel te vaak te horen krijgt; “uh, ik denk er nog even over na”.