Wat herinnert u zich vooral aan die ene rampzalige dag in 1992?
Een enge stilte bij de rampplek, kilo’s dikke stof en vooral de geur van menselijke resten. Ik werd bijna geraakt door een stuk balkon, dat naar beneden viel vanaf een flat. Bewoners moesten op afstand blijven, maar een groep Ghanezen kwam toch dichterbij. Zij huilden zo vreselijk heftig, dat geluid ging door merg en been. De hele situatie was onwerkelijk.
Waarom was u op de rampplek aanwezig?
Ik zat al zes jaar bij de vrijwillige brandweer van Amsterdam, maar we waren nog nooit opgeroepen. De pieper ging voor het eerst, toen het vliegtuig neergestort was. In de stad was ik aan het werk bij een amusementscentrum voor mijn bijbaan. Ik dacht nog, zal wel een klein vliegtuigje zijn. Tot ik boven de stad een grote, oranje gloed zag. Toch had ik niet kunnen denken dat deze dag zoveel impact op mijn leven zou hebben.
Wat heeft er zoveel impact gemaakt?
Vier dagen lang waren wij bezig om slachtoffers te bergen. We hoopten overlevenden te vinden, maar dat gebeurde niet. Hoe kleiner de stukjes mens, hoe heftiger het was. Collega’s moesten overgeven. In de bus terug naar onze verzamelplek kwamen de tranen. We konden gewoon niet vatten wat er was gebeurd. Het was niet te begrijpen dat er echt een vliegtuig op flatgebouwen was neergestort.
U draagt bij de herdenking vanavond een kritisch gedicht voor. Hoezo kritisch?
Vroeger zeiden we tegen elkaar: over twintig jaar is de waarheid wel bekend. Nu zijn we zover en er is nog steeds veel onduidelijk. Het aantal van 43 doden kan niet kloppen. Ik zag in kleine kamers in de flats meerdere stapelbedden staan. Volgens mij zijn er meer doden, maar dat waren illegalen. Wat zat er in de lading van het vliegtuig? Veel betrokkenen zijn ziek geworden en er is door instanties nooit toegegeven, dat het door de ramp komt.
Bent u ziek geworden?
Ik heb het de eerste jaren heel benauwd gehad en hoestte veel. Nu adem ik erg luid. We kregen mondkapjes bij de berging, maar die gingen vol zitten door de stof, waardoor we die afdeden. Lange tijd heb ik last gehad van inwendige blaren onder mijn voeten, volgens mij omdat ik in de hitte heb gestaan. Door geestelijke problemen heb ik tien maanden moeten stoppen met mijn werk als belastingambtenaar.
Geestelijke problemen?
Na zeven jaar ging ik door heel kleine dingen al door het lint. Mijn omgeving begreep – heel logisch – niet dat ik veel over de ramp wilde praten. Ik moest inzien om dat te accepteren, maar dat was moeilijk. Een volgende keer moeten we beter op onze gezondheid letten en meer onze verstand gebruiken.
Een volgende keer? U zou bij een nieuwe ramp weer paraat staan?
Zeker. Ik ben er trots op dat ik dit gedaan heb. Ik heb er veel van geleerd en ben hierdoor de hulpverlener geworden, die ik nu ben. Bij de belastingdienst geef ik BHV-cursussen. Een volgende keer wil ik wel waardering, die hebben we nu niet gekregen. Het Rode Kruis kreeg penningen uitgereikt, terwijl er over ons gedaan wordt gedaan alsof we niet bij de ramp aanwezig zijn geweest.
Mocht de waarheid ooit nog boven water komen, bent u daar dan blij mee?
Nee. Ik ben boos op de instanties die nooit hebben verteld wat er echt aan de hand was. Zaten er giftige stoffen in dat vliegtuig, ja of nee? De waarheid hoeft van mij nu echter niet meer, want die zou veel levens overhoop halen. Het is te laat. Mijn gedicht gaat vanavond over angst en pijn, maar ook over doorgaan. We moeten wel jaarlijks de slachtoffers blijven herdenken en ervoor waken dat de Bijlmerramp geen vergeten ramp gaat worden.













