Een bus vol vmbo-leerlingen draait het terrein op van Heerema Zwijndrecht B.V. Met grote ogen nemen ze de enorme loodsen in zich op. Daar waar twaalfhonderd lassers, pijpfitters en bankwerkers zich dag en nacht in het zweet werken om offshore faciliteiten voor de olie- en gasindustrie te bouwen. De portier kijkt hen lachend na. Zoals deze jongeren heeft hij er meer zien binnenkomen. Bleue broekies die aanvankelijk nog geen bout van een moer konden onderscheiden. Maar intussen even lang voor het bedrijf werken als dat ze toen oud waren. Dus wie weet, wellicht heeft hij zojuist een stel nieuwe, toekomstige collega’s doorgelaten.

Doel van deze door de Kamer van Koophandel Rotterdam georganiseerde Open Bedrijvendag is immers om meer jongeren te interesseren voor een technische leerweg. Afgelopen vrijdag namen ruim achthonderd leerlingen vanuit het basisonderwijs, vmbo en mbo een kijkje bij 55 technische bedrijven. De vmbo’ers van het Develstein en Walburg college die Heerema aandoen, zijn allemaal tweedejaars, die dit jaar een keuze moeten maken. Gaan ze bijvoorbeeld voor een theoretische of meer beroepsgerichte leerweg. De KvK, Heerema en andere deelnemers aan de Open Bedrijvendag hopen op het laatste.

Paul Oord, Senior Bedrijfsadviseur Regiostimulering KvK, legt het zo uit: “De technische sector staat onder druk vanwege een tekort aan goed opgeleid personeel en de uitstroom van werknemers die met pensioen gaan. Om bedrijven gezond te houden, zouden dus meer jongeren moeten kiezen voor een technische opleiding.”

Dat dit nog onvoldoende gebeurt, is volgens hem te wijten aan een imagoprobleem. “Bij techniek denken veel jongeren nog altijd aan vies, zwaar werk tegen lage betaling. Dat er tegenwoordig meer witte jassen dan blauwe overalls in de sector rondlopen, en dat werknemers vaak prima verdienen, weten ze niet. Bedrijfsbezoekjes zijn een goede manier om deze vooroordelen weg te nemen. Techniek is leuk, en biedt een mooie baangarantie.”

Dat kan Cees den Boer, Hoofd Bedrijfsschool die al 42 jaar bij Heerema in dienst is, beamen.
Om werk zitten de BBL-leerlingen die hij tijdens hun tweejarige opleiding begeleidt straks niet verlegen. “Alleen al op de fabriek in Zwijndrecht komen er elk jaar twaalf vacatures bij. De jongeren, die tijdens hun studie al meteen het minimum jeugdloon verdienen, blijven na het behalen hun diploma dan ook veelal verbonden aan het bedrijf. Wat dat betreft, zijn er voldoende doorgroeimogelijkheden.”

Of zijn boodschap aanslaat bij de vmbo’ers valt nog te bezien. Maar ze stellen zich in ieder geval geïnteresseerd op. Ze stellen vragen en laten zich enthousiast rondleiden. Roel Barneveld, mentor vanuit de school: “Het is goed dat leerlingen nu met eigen ogen zien wat werken in de techniek inhoudt. Het is al moeilijk genoeg om de juiste leerweg te kiezen. Door inzichtelijk te maken hoe ze straks daadwerkelijk hun boterham gaan verdienen, hopen we die keuze iets gemakkelijker te maken.”

BBL’ers over techniek

Rens Gouman, 17: “Ik wilde altijd al met mijn handen werken. En metaal, daar ben ik gewoon erg goed in. Ik hou alleen niet van repeterend werk. Als constructiebankwerker heb je daar geen last van; elke dag is weer anders."

Raymond Appiah, 21: “Na behalen van mijn lasdiploma zocht ik een nieuwe uitdaging. Vandaar dat ik nu leer voor pijpfitter. Dat maakt je nog breder inzetbaar en dus interessanter voor werkgevers. En ja, het verdient ook beter.”

Regiene Regales, 17: “Op het vmbo heb ik kennisgemaakt met de metalektro. Een uitdagende branche. Ik heb gekozen voor een opleiding tot pijpfitter. Om straks op een scheepswerf aan de slag te gaan.”