Toen Madagaskar zo’n 160 miljoen jaar geleden van het oostelijke deel van het oercontinent Gondwana afsplitste, kwam een bonte collectie planten en dieren mee die op unieke wijze is geëvolueerd of elders sindsdien is uitgestorven. Zo’n 80 procent van de plaatselijke flora en fauna komt nergens anders ter wereld voor. Onder de meest bijzondere beesten:

Lemuur
Van dit zachtaardig halfaapje lopen en springen maar liefst 85 (ons bekende) soorten in Madagaskar rond. De beesten - van de piepkleine bruine muislemuur tot de lijvige, luidruchtige indri - zijn strikte vegetariërs. Ze houden zich voornamelijk hoog in bomen op en zijn doorgewinterde klimmers en springers. De grotere soorten kun je overal in Madagaskar overdag spotten, de kleinere alleen ’s nachts. Grootste spotkans: Nationaal Park Andasibe Mantadia.

Fossa
Het enige roofdier van betekenis op Madagaskar. Op onverklaarbare wijze heeft geen enkele grote kat de oversteek van het Afrikaanse vasteland kunnen maken en is het eiland dus gevrijwaard van leeuwen, tijgers en andere gevaarlijke consorten. De fossa ziet eruit als een kruising tussen een poema en een hond en vormt alleen een bedreiging voor reptielen, lemuren en een enkele verdwaalde kip. Grootste spotkans: reservaat Kirindy Mitea.

Kameleon
Maar liefst de helft van alle kameleonsoorten ter wereld komt in Madagaskar voor. Deze hagedis verschiet van kleur om zijn territorium te verdedigen of om potentiële partners aan te trekken. Hij gebruikt hiervoor pigmentcellen die net onder zijn doorzichtige huid liggen. Sommige soorten hebben ook extreem lange tongen om insecten te vangen. Grootste spotkans: Nationaal Park Ranomafana.