Fiesta vieren kunnen de Andalusiërs als geen ander. Ze kijken vooral uit naar een bijzondere subcategorie fiesta: de feria oftewel het jaarlijkse dorps- of stadsfeest. Deze traditie gaat terug naar de jaarmarkten die in de negentiende eeuw overal werden gehouden – tot op de dag van vandaag zijn veel ferias rondom een lucratieve paardenhandel georganiseerd. Het festijn duurt zo’n dag of vijf en trekt met flamenco-optredens, een kermis en het afsluitende vuurwerk enorme mensenmassa’s. Ferias vinden plaats van april tot half oktober dus je kunt nu nog net het staartje van dit seizoen mee pakken. De grootste feria vindt plaats in Sevilla, maar daar kom je vrijwel nergens binnen zonder uitnodiging.

Veel leuker – want publiek en authentieker – is de feria van de stad Jerez in mei. Voltallige families in flamencojurken, fraai opgedirkte paarden en wagens en hun nog fraaier opgedirkte ruiters komen hier om te zien en gezien te worden. Zelfs uit Frankrijk, Italië en de andere kant van Spanje. Zoals Jorge, 26, geboren en getogen in Valencia: “Voor een beetje paardenliefhebber is de feria van Jerez het summum – het is een eer om dit mee te mogen maken.” Al denken anderen daar het hunne van. “Ik ben hier voor het geld”, geeft Miguel, een boer uit een naburig dorpje, toe. “In principe wordt alles geregeld door de gemeente. Er is zelfs een feestdepartement voor in het leven geroepen!”

Bijzonder lekkere tapas eet je op het festivalterrein bij Amigos del Patio. ’s Avonds zijn El Disco Rojo en El Tablao, waar salsa en rumba worden gedanst, the place to be. (turismojerez.com).