De tentoonstelling ‘Het Gewichtige Lichaam’ in Museum Boerhaave – het Rijksmuseum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen en van de geneeskunde in Leiden – heeft sinds de opening zo’n drie weken geleden, al ruim zevenduizend bezoekers getrokken. “Een heel mooi aantal voor ons”, zegt Mieneke te Hennepe, conservator van het museum. Tijd voor Metro om een kijkje te gaan nemen.

Meteen bij binnenkomst valt je oog op een bijzonder stuk uit de expositie. Het kunstwerk van John Isaacs – een beeld van een dikke man, met een zak over zijn hoofd – geeft het ene uiterste weer: obesitas. Via historische afbeeldingen van hongerkunstenaars en vastenheiligen, kom je bij het andere uiterste: anorexia.

Zowel anorexia als obesitas, blijken niet louter van deze tijd. Al vanaf de twaalfde eeuw waren er vrouwelijke heiligen die zich uithongerden. “Zoals Catharina van Siena, bijvoorbeeld, die het geloof wil verdiepen door het vasten”, legt Te Hennepe uit. “Hoewel het iets anders is dan wat wij nu anorexia noemen, kun je wel zeggen dat deze vrouwen door het religieuze vasten een verstoorde houding met eten kregen.”

Dat een dik lichaam vroeger een teken van welvaart is, betwijfelt Te Hennepe. “Bij vruchtbaarheidssymbolen zie je vaak wat dikkere vrouwen”, legt ze uit. “Maar al in de zeventiende, achttiende eeuw is dat veranderd. Die dachten niet bij dikke mensen: ‘Die is lekker gezond.’ Daarbij hadden artsen een hele andere opvatting van het lichaam. Ze wisten niet dat het lichaam uit cellen bestaat, laat staan dat ze wisten wat hormonen zijn. Maar dat je van veel eten dik wordt, dat wisten ze toch wel.”

Nadat in de negentiende eeuw extreem dikke en heel erg dunne mensen als bezienswaardigheid door het leven gingen, kreeg je zo’n honderd jaar geleden heuse ‘hongerkunstenaars’. Te Hennepe: “Enkele kunstenaars gingen als intellectuele uitdaging hongeren. Door de opkomst van moderne media, kon iedereen ze volgen. Het werd een soort mediacircus.”

Ook afslankdiëten blijken niets nieuws onder de zon. “Zoals we nu sonjabakkeren, deed je in de achttiende eeuw aan Banting”, zegt Te Hennepe. “Deze William Banting had een populair dieet ontwikkeld, maar artsen vonden het helemaal niks.” Vlak naast de eerste geschriften over anorexia, in de negentiende nog in verband gebracht met hysterie, hangt een serie foto’s van Yvonne Thein. Op de foto’s zien we extreem dunne meisjes, maar iets klopt er niet. “De foto’s zijn bewerkt”, zegt Te Hennepe, “ze zijn heel erg uitgerekt. De kunstenaar wilde laten zien dat dit ideaalbeeld eigenlijk niet bestaat. Bij vrouwen die echt zo dun zijn, zou je uitstekende botten zien en ze hebben niet meer zo’n mooi haar. Hoewel Thein commentaar levert op dunne modellen, worden de foto’s ook gebruikt op pro-anasites.”

Museum Boerhaave wil met ‘Het Gewichtige Lichaam’ de geschiedenis van moderne fenomenen laten zien. “Althans”, zegt Te Hennepe, “waarvan mensen denken dat het modern is. Veel mensen die deze tentoonstelling bezoeken weten niet dat zowel anorexia als overgewicht een geschiedenis hebben.” De tentoonstelling is bovenal beschouwend. “We hebben nergens staan wat mensen moeten eten, bijvoorbeeld”, zegt Te Hennepe. “Toch is het denk ik lastig om hier rond te lopen, zonder dat het je raakt.”

Zondag 13 mei om 14.00 uur geeft hoogleraar psychiatrie Walter Vandereycken een lezing in Museum Boerhaave over de medische geschiedenis van dik en dun.
De expositie ‘Het Gewichtige Lichaam’ is nog tot 9 september 2012 te zien, www.museumboerhaave.nl