Op het kantoor van online reiscommunity Waarbenjij.nu wordt hard gewerkt. Vijf mannen zitten aan een blok vol computers, die zacht zoemen. In een ruimte ernaast staat een wereldbol op een bureau. En dat is eigenlijk het enige wat eraan herinnert dat hier reizend Nederland bijeen komt. Op het web, welteverstaan.

Eerst een paar getallen. Jaarlijks houden zestigduizend Nederlandse reizigers een tekst- en fotologboek bij op de website waarbenjij.nu. De community telt een kwart miljoen gebruikers en dat aantal groeit nog, zegt directeur Jasper Hofkes (33). “Tien op de tien mensen willen meewerken”, stelt hij. “Wie een profiel heeft aangemaakt, doet er sowieso iets mee.” Samen met mededirecteur Erik Mulder (ook 33 jaar, red.) nam Hofkes het bedrijf in 2009 over van twee voormalig TU-studenten, die de site in 2003 tijdens hun studententijd waren begonnen. “Een van hun vriendinnen ging op reis en toen zijn ze op dit idee gekomen”, weet de directeur. “Inmiddels zitten we op 2,5 miljoen bezoekers per maand.”

Hofkes vertelt bevlogen over zijn passie. “Erik en ik komen uit de reiswereld. Toen we hoorden van de overnamemogelijkheden, twijfelden we geen seconde. Destijds werkten er vier mensen; inmiddels zitten we op twaalf. Prachtig”, zegt hij met een stralend gezicht.

Leuk en aardig, maar wat hebben mensen aan de website? Meer dan je in eerste instantie zou denken, bezweert Hofkes. “We hebben niet alleen de reisverhalen, maar mensen kunnen anderen écht helpen met het geven van informatie.” En er is meer. Wie zelf een logboek bijhoudt tijdens zijn vakantie, kan dit later laten omzetten in een reisalbum. Hofkes: “Dat is een ‘unique selling point’: je kunt foto’s, verhalen en een plattegrond van je reisroute bundelen en in een album laten afdrukken.”

Waar gaat het eindigen? De directeur weet het niet. “Voorlopig groeien we nog, ook al zeiden critici dat het met ons gedaan zou zijn door de opkomst van bijvoorbeeld Facebook. Met de nieuwe site dit voorjaar komt er niet alleen meer capaciteit, maar komen er ook meer mogelijkheden voor de gebruikers. En dat is ook noodzakelijk voor onze community.”