Wie vanaf Milaan zo’n 125 kilometer naar het zuidwesten reist zal de geur van basilicum niet ontgaan. Omgeven door basilicumvelden en heuvels met wijngaarden ligt het historische stadje Asti. Aan de rand van het centrum pronkt de Saclàfabriek van de Italiaanse familie Ercole. De eerder zo subtiele basilicumgeur van de velden is hier overweldigend. Ladingen basilicumplantjes worden in de fabriek verwerkt in 300.000 potjes pesto per dag. En daarmee is Saclà de grootste producent van pesto ter wereld. Maar ook pastasauzen en antipasti als gegrilde paprika’s, zongedroogde tomaten, olijven en artisjokken van Saclà vliegen de hele wereld over.
De 28-jarige Chiara Ercole weet niet beter dan dat ze haar hele leven Saclàproducten eet. Ze is de kleindochter van Secondo Ercole, die 73 jaar geleden Saclà oprichtte. Inmiddels zwaait haar vader de scepter in het bedrijf, maar als enig kind zal die taak zeer waarschijnlijk in de toekomst worden overgedragen aan Chiara. “Twee generaties van succes drukken op mijn schouders”, zegt Chiara. Voor de Saclàfabriek in een ruime villa waar ooit haar opa en oma woonden, vertelt ze over de drang om zich elke dag opnieuw te bewijzen. “Tot een paar jaar geleden wilde ik mijn eigen ding doen, ik ging politieke economie studeren in Milaan, Londen en Kopenhagen. Ik was helemaal niet bezig met het idee om het bedrijf over te nemen.”
Tot grote vreugde van haar vader veranderde dat een aantal jaar geleden. “Mijn ouders vroegen of ik het eens wilde proberen in het bedrijf. Ik heb toen een half jaar op verschillende plekken meegekeken. Sales, productie, marketing en financial, ik vond het geweldig.” Chiara besloot haar Nutrition Degree te halen en werkt nu vier jaar voor Saclà. “Elke dag heb ik de druk om me te bewijzen, ik wil vooral niet de dochter van zijn.” Als klein meisje kwam Chiara regelmatig in de fabriek van haar opa en oma. “Er is veel veranderd. Mijn opa begon met het verbouwen van een tiental groenten voor de restaurants hier in Asti, inmiddels maken we achthonderd verschillende producten voor over de hele wereld.”
In het kleine historische stadje Asti werd de komst van de Saclàfabriek volgens Chiara met open armen ontvangen. “De fabriek zorgde voor werkgelegenheid. Mijn opa was een gewone man, hij bouwde het bedrijf heel langzaam op. Hij was de vriend van iedereen in de stad.” Met zijn vrouw, de oma van Chiara hadden de bewoners in Asti meer moeite. “Iedereen was bang voor haar”, lacht Chiara. “Ze werd de generaal genoemd. Ze was machtig, ze beheerde het geld. Waar mijn opa tegen iedereen aardig was en overal een oplossing voor probeerde te verzinnen, was mijn oma keihard en strikt. Zonder haar had Saclà niet bestaan.” Over de vraag op wie Chiara zelf het meest lijkt, hoeft de 28-jarige niet lang na te denken. Vol overtuiging noemt ze haar oma. “Maar”, vervolgt ze, “misschien heb ik naast haar eigenschappen ook een beetje de creativiteit van mijn opa geërfd.”


















