Om de allerbeste hotspots te ontdekken, komt Culy’s Monique op de meest bijzondere plekken. De laatste check-in was de Belgische stad Luik, een stad die helaas niet bekend staat om een wervelende gastronomie. Geheel ten onrechte, zo bleek.

“Luik?” vroegen collegae mij. “Kun je daar lekker eten dan?” Ja, dat was ook mijn eerste reactie, om heel eerlijk te zijn. Luik kende ik alleen van heel snel passeren onderweg naar de Route du Soleil. Maar je moet alles een keer proberen, dus ook een heel weekend Luik. Het weer zat ons niet mee; het goot dagen lang. Gelukkig stonden er een aantal mooie adresjes op de planning. Paraplu op, Google Maps aan, gewapend met notitieblok en camera en genieten maar.

First stop: El Pica Pica, Hors Château 62, www.elpicapica.be.

El Pica Pica, vrij vertaald ‘de knabbelaar’, is een Spaans tapasrestaurant, maar dan met een flinke twist. Het lijkt meer op een Michelin-sterrenzaak waar met zeer veel aandacht en oog voor detail wordt gekookt. Hier kun je allerlei kleine gerechtjes bestellen, tevens is er een 6-gangen menu (35 €) of 9-gangen menu (49 €) met allerlei proeverijtjes mogelijk. Een wijnarrangement is ook geen probleem. Wij gingen voor the full monty, een uitgebreid 9-gangen lunchmenu. Je kunt maar meteen goed beginnen.

Wat een culinair festijn was dit. Van bold smaken als Iberico ham, gekruide kikkerbilletjes en buikspek, tot superverfijnde details als schuim van gevriesdroogde yoghurt, vioolblaadjes, tapioca parels en flinters aardbei in een gazpacho. Deze chef weet wat hij doet, en pusht tot het uiterste. Bediening was zeer kundig en vriendelijk (maar zoals alle Luikenaren: weigeren Nederlands of Engels te praten, dus oefen je Frans even van tevoren). Voor wat je geserveerd krijgt, zijn de prijzen bijzonder laag. Must-visit. Tip: er is ook een El Pica Pica in Maastricht (deze hebben wij nog niet bezocht).

Ons eerste diner: Le Labo4, Quai Van Beneden 22, www.lelabo4.be.

Dit bijzondere restaurant is gevestigd in een oud scheikundelokaal, vlak naast het Luikse aquarium van de universiteit. Achterin de groententuin ligt het lokaal waar zich culinaire wonderen afspelen. De locatie krijgt direct al een 10. Binnen word je warm verwelkomd, door de (wederoma alleen Frans sprekende) gastvrouwen, een fijn jazzbandje, kaarsen in de scheikundige gootstenen en Einstein op de tafels. Je eet hier tussen de houten kasten, reageerbuisjes en flessen ontsmettingsmiddel. Hier is alles onconventioneel.

Je verwacht in deze setting een moleculaire kaart, maar niets is minder waar. Alleen het gedeelde voorgerecht, genaamd “The Candy shop”, is een tikje elBulli, met bijvoorbeeld meloen-met-serranoham, maar dan in schuimvorm. De rest van de gerechten zijn stoer en vol smaak, zoals de côte de veau met pistachepesto en tabouleh. Goed, maar niet super verrassend. De porties zijn enorm; een toetje kunnen we niet meer op. Met een Le Labo reageerbuisje met een vanillestokje als presentje zetten we koers richting hotel. Voldaan, vol leuke indrukken, en met een goedgevulde maag.

We slapen in Hotel Jala aan Rue Jaspar 2, www.jalahotel.com. Een prima en net hotel, op korte loopafstand van het centrum, met een keurig ontbijt. De kamers zijn huge en er is zeer rap WiFi.

Op zaterdag lunchen we in de Luikse klassieker Café Lequet, Quai sur Meuse 17. Heel Luik komt hier voor de Boulets Liègoise avec frites; gehaktballetjes in een zoete, stroperige rode saus, met Vlaamse frieten. Klinkt niet aanlokkelijk, maar geloof ons: dit moet je proberen. Deze tent ziet er, op z’n zachtst gezegd, absoluut niet uit – de muren zijn volgeplakt met oude posters, de tafeltjes zijn scheef en de placemats smerig. Maar dat geeft hier niet, dit is gewoonweg een begrip in de stad. Saillant detail: eigenaar Guillaume Stockis bestiert al jaren deze zaak, en op een heel opvallende manier. Hij mag je of hij mag je niet, en dat zal -ie laten merken. Geen geliflaf hier, maar een absolute no-nonse behandeling. Als je tafeltje gereed is, roept Guillaume keihard ‘DEUX!’ door de zaak om te laten weten dat je kunt gaan zitten. ‘s Avonds schijnt hij nogal van z’n glaasje te houden, en wordt het helemaal mal. Maar dat mag hier, dat is de charme.

In principe ben je in deze zaak binnen een uurtje alweer weg, maar wil je de echte ervaring, ga dan op zondag. Het café zit aan het Quai sur Meuse, waar iedere zondag de markt, La Batte, wordt gehouden. Lequet is razend druk op zondag, maar als je een tafeltje weet te bemachtigen, is het heerlijk mensen kijken.

We sluiten dit gastronomische weekend af bij Le Bistrot d’en face, Rue de la Goffe 8/10, www.lebistrotdenface.be.

Dit is een echte bouchon lyonnais (zoals de bistrots in Lyon). De zaak is gevestigd in een oud pand (met bijzondere houten trappen) tegenover een zestiende-eeuwse vleeshal. Dat zie je terug in de kaart; hier eet je traditionele vleesgerechten, vaak van delen van het dier die je in Nederland niet op je bord vindt. Denk aan bloedworst, tête de veaux, gekonfijte varkensoren en natuurlijk foie gras. Die laatste aten wij met verschillende fruitcompotes, briochebrood en een simpele salade. Ook vis staat hier op de kaart, maar in mindere mate. De dessertkaart is zeer uitgebreid en ook het kaasplankje was niet te versmaden.

In dit typische eethuisje werden wij echt heel gelukkig. Goede service (soms wat traag, maar altijd vriendelijk), het echte Franse gevoel, goede wijnen en aandacht voor detail. Liefhebbers van de échte Franse keuken, zonder poespas, gaan hier stralend de deur uit.

Conclusie

En dan: het eindoordeel. Is Luik een aanrader? Volmondig ja. Maar met een kanttekening: wij raden Luik vooral aan om gastronomisch helemaal los te gaan. Ga niet naar deze stad voor modewinkels, bijzondere architectuur of gezellige parken. Nee, kom hier met een lege maag en een grote appetite en dompel je volledig onder in het heerlijke culinaire aanbod. Bezoek zeker alle zaken die we hierboven beschreven hebben; het zijn vier compleet verschillende tenten, maar allemaal een must om te bezoeken. Boek een prima hotel, oefen je Frans, laat de H&M’s & Zara’s links liggen en… geniet.

Bron: Culy.nl