Lezerscolumn: Het leven is een luchtgeweer

7 april 2014 om 08:39 door Nienke Grootendorst-Magnin
Lezerscolumn: Het leven is een luchtgeweer

Rapapapapapapapapapapapapapapa, ratelt het jongetje. Hij gaat een beetje door zijn knieën, terwijl hij met het luchtgeweer in zijn armen een rij luchtkogels op onze auto afvuurt. Rapapapapapapapapapa, nog een rij luchtkogels, terwijl hij op het raam mikt van waarachter ik hem verveeld bekijk. Het stoplicht is kapot en ik sta vlakbij ons huis al een half uur stil. Het jongetje met zijn luchtgeweer heeft al die tijd geprobeerd geld van me te krijgen. Hij heeft geklopt, geschreeuwd, op het raam geslagen, gesmeekt en gescholden, net zolang totdat hij begreep dat ik hem niets zou geven. Nu heeft hij de hoop opgegeven en wat doe je in zo'n geval, in al je frustratie? Dan pak je je luchtgeweer en schiet je dat vervelende, blanke mens in haar geairconditioneerde, grote auto met chauffeur aan luchtflarden. In Congo althans.
Ik begrijp het wel. Goed voorbeeld doet goed volgen. Hij kan er ook niets aan doen dat hij in dit door oorlog verscheurde land is geboren en zich nu moet redden als bedelaar. Dat zijn handen niet worden gebruikt om te spelen, maar om geld te vragen, om op deuren te kloppen, op ramen te slaan en om te smeken. Dat zelfs zijn enige speelgoed een fantasie betreft. En wanneer ik hem nogmaals zijn arm zie strekken, de hand van zijn andere arm zogenaamd de trekker zie overhalen en hem nogmaals 'rapapapapapapapapapa' hoor roepen, terwijl hij me met een woeste blik aankijkt, doe ik gauw alsof ik word geraakt door zijn spel, door de luchtkogels uit zijn luchtgeweer. En terwijl ik me langzaam - als ware ik zwaargewond - onderuit laat zakken op mijn ruime, koele autostoel, zie ik door mijn wimpers zijn verwonderde blik, zijn lach en een overwinningsvuist in de lucht steken. Een klein, zwart vuistje in de felle, stekende zon. Ik gun hem het pleziertje. Het is tenminste iets. Dan opeens een bezorgde frons, alsof hij eigenlijk wil zeggen; 'het is niet echt hoor, mijn luchtgeweer. Het is niet echt hoor, maar nep.' Zoals elk kind zou kunnen zeggen, als het denkt dat een volwassene zijn spel niet begrijpt.

Als Marcel eindelijk een gaatje heeft gevonden in het toch weer op gang komende verkeer en ik in de achteruitkijkspiegel de jongen wat in het rond zie luchtschieten, terwijl de auto's hem bijna raken en de zooltjes van zijn slippertjes op het warme asfalt los schieten, besef ik dat ik precies datzelfde zo graag tegen de jongen zou willen kunnen zeggen. 'Het is niet echt hoor, jouw verdomde leven, het is niet echt hoor, jouw kansloos bestaan. Het is niet echt hoor, lieve kleine man met je luchtpistool, het is niet echt hoor, maar nep.'
 

Wil je op de hoogte blijven van de belangrijkste en leukste nieuwtjes?
Like ons dan even op Facebook. Dat is zo gepiept!

Reacties