Het was een groep jonge sporters die vrijdag het olympische vuur ontstaken. Niet zoals vele dachten een beroemde sporter of Koninging Elizabeth.
Sir Steve Redgrave mocht de olympische vlam het stadion binnendragen tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen van Londen. De legendarische Britse roeier gaf symbolisch de fakkel door aan een groep jonge sporters, die gezamenlijk het olympisch vuur ontstaken.
Voor alle deelnemende landen werd er tijdens de openingsceremonie een soort pot neergezet. De jonge sporters staken deze potten aan, die vervolgens samensmolten tot het olympisch vuur, in de 'Olympic Cauldron'.
Het ontsteken van het Olympisch vuur, iets dat voor het eerst gebeurde tijdens de Spelen van 1928 in Amsterdam, is traditioneel een van de hoogtepunten van de openingsceremonie. Het Olympisch vuur was zeventig dagen onderweg vanuit Griekenland.
In Los Angeles in 1984 stak voormalig tienkamper Rafer Johnson de vlam aan, bokslegende Muhammad Ali, die vrijdag ook in Londen bij de openingsceremonie betrokken was, deed het in 1996 in Atlanta, in Sydney in 2000 was het de Australische Aboriginal atlete Cathy Freeman en vier jaar geleden zweefde oud-turner Li Ning met een fakkel door het stadion in Beijing.



















