Je hebt van die dagen dat niets lukt en ook van die dagen dat alles lukt. ’s Werelds beste tennisser Roger Federer had gisteren in de olympische finale op het gras van Wimbledon zo’n dag dat het niet meezat. Bij zijn tegenstander Andy Murray, spelend voor thuispubliek, lukte gisteren echter alles. En zo gaf de herhaling van de Wimbledonfinale van een maand eerder een heel andere aanblik dan de winst die Federer toen op de Brit boekte. Vier keer was hij de mindere in een Grand Slamfinale, maar gisteren was het centre court van Andy Murray: 6-2 6-1 6-4. “Het is zeker lekkerder om een finale te winnen dan te verliezen. Dit is de grootste zege in mijn leven.”
Roger Federer hoopte op Wimbledon in navolging van Serena Williams een dag eerder een golden slam te bereiken. De olympische titel in de dubbel pakte hij vier jaar geleden al, maar in de enkel is dit de enige prijs die ontbreekt in de ongekende erelijst van de Zwitser. Alleen Steffi Graf en Andre Agassi gingen hem daarin voor en dus Serena een dag eerder, die overigens ook haar derde olympische titel in het dubbelspel pakte. Maar het zat niet mee. Zowel aanvallend als verdedigend was het spel van de Zwitser onzorgvuldig. En waar Federer foutjes maakte, viel bij Murray iedere bal goed, vaak precies op de lijn zelfs. Gesteund door een uitzinnig publiek pakte Murray bij 2-3 een break in de eerste en won vervolgens negen games op rij, ongekend voor een tegenstander van Federer. Met 6-2 6-1 stevende de Brit af op een sensatie. Een break in de derde set bracht de beslissing. Murray bleef op eigen service foutloos spelen en mocht op een 5-4 voorsprong gaan serveren voor de olympische titel.
Er kan zelfs nog een olympische titel bij komen, want Murray is met Laura Robson ook nog in de race voor de titel in de mixed-dubbel.


















