De Nederlandse estafetteploeg heeft vlak voor het sluiten van de olympische kwalificatie keihard toegeslagen. Met een bijna perfecte race pakten de sprinters goud op de 4x100 meter op de EK atletiek in Helsinki. Het viertal liep met 38,34 het oude record van het bronzen WK-kwartet van 2003 (34,63) uit de boeken en klokte zelfs de derde seizoentijd, maar kwam net te kort om te voldoen aan de Olympische limiet van het NOC*NSF. Die schrijft voor dat de estafette bij de beste twaalf op de ranking van de internationale atletiekunie IAAF moet eindigen, terwijl de IOC-eis een plek bij de beste zestien is. De estafette staat nu vijftiende. Enkele uren later besloot de atletiekunie het viertal alsnog voor te dragen voor de Spelen. Ze vraagt de sportkoepel officieel van de kwalificatieprocedure af te wijken op basis van artikel 4.1 dat spreekt over “bijzondere omstandigheden”. Het NOC*NSF, dat de afgelopen maanden de limieten toch vooral streng heeft gehanteerd, zal uiterlijk 8 juli beslissen.

Met al twee fraaie sprintmedailles op zak van een dag eerder - Churandy Martina pakte goud op de 200 meter met in zijn kielzog zilver voor Patrick van Luijk - stond het viertal met Brian Mariano en Giovanni Codrington, vol vertrouwen aan de start. “Ik zei al dat we gemakkelijk 38,3 gaan lopen en wat hebben we gelopen?”, zei een grijnzende Martina na afloop. Met drie goede wissels troefde het Oranjeviertal titelverdediger Frankrijk af en liep het record van de Bronzen WK-estafette uit 2003 uit de boeken.
Een kwartier eerder had de vrouwenestafette (Kadene Vassell, Dafne Schippers, Eva Lubbers en Jamile Samuel) haar status als olympiagangers al kracht bij gezet door achter Duitsland zilver te pakken in een nieuwe Nederlandse toptijd van 42,80. “Dit geeft zoveel nieuwe energie”, zei Schippers, die revanche nam voor haar mislukte 200 meter (vijfde) van een dag eerder.