Vooraf leek het er al op dat een hele open strijd ging worden op de olympisch tijdrit voor mannen. De drie grote tijdrijders van het moment hadden allemaal hun eigen problemen. Regerend olympisch kampioen Fabian Cancellara kende vooral fysiek ongemak in de aanloop naar de tijdrit. Zaterdag viel de Zwitser nog hard in de strijd om het goud bij de wegrit.

Ook wereldkampioen Tony Martin kende tot nu ook een zeer bewogen seizoen met veel kleine blessures en een door valpartijen ontsierde Tour de France. De andere grote favoriet Bradley Wiggins kende tot nu toe een topseizoen. Krap anderhalve week geleden bereikte hij met het winnen van de Tour de France zijn grote doel. Het hele seizoen van de Brit was daarop gericht en de vraag was hoe hij zich tien dagen later ging weren.

Een van de grootste uitdagers van die drie, Luis Leon Sanchez, wordt op het startpodium al uitgeschakeld. De Spanjaard van de Rabobank-ploeg trapt bij het vertrek direct door zijn ketting heen. De grootste uitdager blijkt de Christopher Froome, ploeg- en landgenoot van Wiggins en de nummer twee van de voorbije Tour de France. Maar na het eerste tussenpunt staan de drie grote namen gewoon bovenaan. Martin is daar het snelste. Na zijn wereldtitel vorig jaar in Kopenhagen, won hij dit jaar slechts twee kleine tijdritten.

De verschillen zijn niet groot, maar halverwege keren de kansen in het voordeel van Wiggins. De Brit, die zijn tijdritten doorgaans rustig opbouwt, heeft aan het tweede tussenpunt een gat van twaalf seconden geslagen met Martin. Uittredend kampioen Cancellara blijkt teveel hinder te ondervinden van zijn valpartijen en wordt voorbij gereden door Froome en Phinney.

Onbedreigd rijdt Wiggins de laatste kilometers door zijn eigen Londen, waar hij vroeger als kleine jongen leerde wielrennen. Langs de weg staat het aan twee kanten vol met Britten die hem naar een unieke dubbel schreeuwen. De Tour de France en anderhalve week later olympisch goud. Wereldkampioen Martin pakt het zilver en Froome zorgt met brons voor nog een medaille voor Groot-Brittanië.

Cancellara, de kampioen van Peking, wordt slechts zevende. De Nederlanders konden zich niet mengen in de strijd om de medailles. Lieuwe Westra werd nog knap elfde. Lars Boom deed het een stuk minder en eindigde 22e.