JOHANNESBURG - De aanklachten tegen 270 Zuid-Afrikaanse mijnwerkers voor de moord op 34 van hun stakende collega's zijn ingetrokken. Dat heeft de hoogste openbaar aanklager van Zuid-Afrika, Nomqcobo Jiba, zondag bekendgemaakt.
De intrekking van de aanklachten volgt op een stroom van kritiek van onder meer politieke partijen, vakbonden en juridisch experts. Zelfs de minister van justitie zette vraagtekens bij de beslissing om de gearresteerde mijnwerkers aan te klagen onder een wet die stamt uit de tijd van de apartheid.
Jiba zei dat de mijnwerkers worden heengezonden met een waarschuwing. Aanklachten wegens openbare geweldpleging, illegale samenscholing of verboden vuurwapenbezit blijven wel staan, maar verdere stappen worden opgeschort hangende verder onderzoek.
Bij de hevigste onlusten in jaren schoot de politie op 16 augustus bij de mijn in Marikana 34 stakende mijnwerkers dood en verwondde er 78.
De politie zegt te hebben gehandeld uit zelfverdediging nadat agenten waren beschoten. De meeste mijnwerkers hadden knuppels of kapmessen bij zich, maar de politie zegt op de plaats van het bloedbad ook enkele vuurwapens te hebben gevonden. In de week voor het bloedbad waren bij schermutselingen al tien doden gevallen, onder wie vertegenwoordigers van de mijnwerkersbond, twee politieagenten en twee leden van de beveiliging van de mijn.
De vakbond van metaalarbeiders NUMW wil dat voor de schietpartij verantwoordelijke agenten worden geschorst. Volgens secretaris-generaal Irvin Jim bewijst de schietpartij dat Zuid-Afrika 'de apartheidsstaat en zijn gewelddadige machinerie' nog niet getransformeerd heeft.

















