Argumenten. Tim Oliehoek, de regisseur van Spion van Oranje, heeft juíst een flauwe, platte actiekomedie willen maken, zo vertelde hij gisteren in een interview met Metro. En dát waren nou juíst de argumenten waarom de film niet in de smaak viel.

In Spion van Oranje heeft Paul de Leeuw een dubbelrol. Hij speelt de tweelingbroers François en Bruno. François is een nichterige ontwerper met een heel vies hondje: Poes. Bruno is z’n gefrustreerde broer die in Duitsland een kliniek heeft waar cliënten iets aan hun lichaam kunnen laten verbouwen (ah, wie zien we daar als cameo voorbij komen, natuurlijk: Gerard Joling). Bruno is gefrustreerd omdat zijn moeder (gespeeld door Nellie Frijda) hem vroeger heeft afgestaan, althans dat denkt ie. Om die frustratie te botvieren, pleegt hij aanslagen in Nederland. Om te beginnen laat hij het Paleis op de Dam ontploffen (zeer geloofwaardig in beeld gebracht). Via een videobooschap krijgt de Geheime Dienst te horen dat alleen François hem kan laten stoppen.

Het verhaal levert flauwe momenten (François doolt rond in de Koninklijke grafkelder in Delft waar hij rommelt in en struikelt over grafkisten) en platte scènes (François wordt met een dildo aangerand) op. Daar moet je van houden, maar als het Oliehoeks intentie was, dan is ie daar heel aardig in geslaagd.

Oliehoek liet voor de film nogal wat namen aanrukken. Naast de juist opgesomde sterren, zien we Najib Amhali en Jennifer Hoffman (Geheime Dienstleden), Plien van Bennekom (als opgewonden standje) Patty Brard, Jort Kelder en Albert Verlinde (allemaal als zichzelf) voorbij komen. Met zo’n hilarische cast valt vast heel wat af te lachen. Nou nee, daar schort het aan. Al is een grap voelbaar, de klaterlach blijft uit. Ook als er verwijzingen naar andere films gemaakt worden. Zo roept De Leeuw net als Carice van Houten in Zwartboek ‘Houdt het dan nooit op’. Nee, te lachen valt er weinig. Kortom, veel actie, geen komedie.