Ontzet en verbijsterd hebben gebruikers gereageerd op het nieuws dat hun volkstuinen ’t Groene Oor en Boekweitkamp in Den Haag zullen verdwijnen. In een brief kondigde de NS, de eigenaar van de grond waarop volkstuincomplexen staan aan dat de tuinen ophouden te bestaan.

“Ik heb vijf paarden, waar moeten die naartoe?!” vraagt Anita IJzendoorn zich af. Ze heeft een tuin op ’t Groene Oor, waar zij samen met haar man en dochtertje met veel plezier haar paarden verzorgt. De paarden zijn een probleem voor IJzendoorn: bij het verdwijnen van de volkstuin zal zij ook haar paarden ergens anders moeten onderbrengen. “Een manage is voor ons financieel gezien geen optie, grof gezegd lijkt het erop dat we ze naar de slacht moeten brengen.”

Wijkvertegenwoordiger Ap de Heus is verontwaardigd: “Waar moeten al die paarden heen? Ik vind het zo erg. Mensen komen naar mij toe voor hulp omdat ik wijkvertegenwoordiger ben, maar ik kan dit ook niet oplossen.” Dat het gebied groen moet blijven staat vast. IJzendoorn: “Het is een ecologisch gebied op de vogelroute tussen Scheveningen en de Vliet. Groen moet het sowieso blijven.” Wat er dan mee gaat gebeuren is vooralsnog onduidelijk.

De Haagse Stadspartij heeft schriftelijke vragen ingediend bij het college van B&W en pleit voor behoud van de volkstuinen. Zij vinden dat volkstuinen van groot belang zijn voor de bewoners. Ook willen zij weten wat er met het gebied gaat gebeuren. “Volgens mij heeft de gemeente hier geen plannen en zijn er verder ook geen andere ontwikkelaars voor het gebied”, licht Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij toe. “Zoals het er nu naar uitziet zal het terrein braak gaan liggen, dat kan toch niet de bedoeling zijn?” Wijsmuller is het ermee eens dat het gebied opgeknapt kan worden. “Het is verouderd en er kan heel wat gebeuren, maar het kaal maken van het terrein heeft naar mijn idee geen zin. De sanering van de bodem kan ook met behoud van de huisjes.” Daar heeft IJzendoorn ook ideeën over: samen met dertig andere gebruikers van de volkstuin wil zij blijven en het complex voortzetten. “Het liefst zouden we er een stadspark van maken, zoals het Emmapark. Een mooi stuk waar het groen intact blijft en onze paarden gewoon kunnen blijven staan.”