Voor de klant is er soms geen touw aan vast te knopen, erkent Jos Mutsaers, handelaar in diervoeders te Loon op Zand. Zelf weet hij feilloos voor welk voer hij een laag (6 procent) of een hoog  btw-tarief (19 procent) moet doorberekenen. Voor gewoon vogelvoer geldt een laag tarief, voor  zangzaad een hoog tarief. Voer voor grasparkieten: laag. Voer voor papagaaien: hoog. Pinda’s: laag. Pinda’s in een netje: hoog. Konijnenvoer: laag tarief. Caviavoer: hoog tarief. Terwijl het enige verschil tussen konijn- en caviavoer is dat er bij cavia’s vitamine c aan is toegevoegd. Mutsaers ziet soms de logica erachter. De cavia geldt immers als een luxe-beestje, terwijl het konijn fiscaal gezien is bedoeld om op te eten – voor voedingsmiddelen geldt net als voor landbouwproducten een laag btw-tarief. Maar dat Mutsaers in de winkel negerzaad (vogelvoer) met 6 procent btw mag verkopen, terwijl hij 19 procent moet aanslaan als hij erbij zet dat het voer geschikt is voor buitenvogels, valt niet uit te leggen.  Dat die verschillen met de btw-verhoging van 19 naar 21 procent nog groter worden, zal die uitleg niet makkelijker maken.

Dat vond Tweede Kamerlid Ronald Plasterk (PvdA) nou ook. Via Twitter somde hij de ‘komische verschillen’ op, zoals: 6 procent btw op vuilniszakken, maar 19 op sluitclips. “Bizar”, schreef hij over de verschillende tarieven voor konijn- en caviavoer. Op de vraag of er iets aan de soms willekeurige verschillen moet worden gedaan, houdt Plasterk zich op de vlakte. Verklaarbaar: de PvdA onderzoekt momenteel of het met VVD een nieuw landsbestuur kan vormen; vooruitlopen op belastingmaatregelen zou dat proces kunnen verstoren. Om die reden is de PvdA ook aanmerkelijk minder duidelijk tegen de btw-verhoging die dit kabinet voorstaat dan vóór de verkiezingen.

Er is beweging op het belastingvlak. Op de fiscale agenda van het huidige kabinet staat: btw mogelijk naar een uniform tarief. Toen VVD-staatssecretaris Weekers van financiën zijn plannen (hogere btw, belasting op arbeid omlaag) vorig jaar lanceerde, oogstte hij veel kritiek, maar die kwam toen vooral van de gedoogpartners PVV en CDA. De PvdA was weliswaar terughoudend, maar niet afwijzend. Dat biedt perspectief voor een volgend kabinet. Economisch gezien is er in elk geval geen verdediging voor het hanteren van de verschillende tarieven, zegt hoogleraar economie en PvdA-senator Esther Mirjam Sent. “Je verstoort keuzegedrag voor consumenten, maar niet op een logische manier.”