Basisschooljuffen en meesters met een universitaire diploma als leraar op zak. Morgen ontvangen de eerste studenten die zijn afgestudeerd aan de Utrechtse Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (ALPO) hun diploma. Vier jaar geleden werd de opleiding van de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht in het leven geroepen als een academische pabo.

31 studenten hebben vanaf morgen een diploma als academische basisschoolleraar op zak. De 22-jarige Lisette Steenbakkers is daar een van. “Ik had deze opleiding voor geen goud willen missen”, zegt Steenbakkers. “Ik heb vwo gedaan en wilde daarna naar de pabo, maar toen las ik in de krant over deze, toen nieuwe opleiding. Een geweldige kans, zo kon ik meer uit mijn vwo-diploma halen, had ik een grotere uitdaging en toch kan ik uiteindelijk voor de klas staan.”

De academische basisschoolleerkrachten zouden voor meer professionaliteit binnen het onderwijs moeten leiden, maar wat is nu het verschil met een leerkracht die de pabo heeft afgerond? “Tijdens de opleiding hebben wij geleerd dieper op wetenschappelijke onderwerpen in te gaan”, zegt Steenbakkers. “We leerden methodes om leerlijnen uit te zetten, onderzoek te doen en onderwijsevaluaties te schrijven, zodat we eventueel het onderwijs op een school kunnen verbeteren of vernieuwen.”

Net als bij de pabo staat de academische lerarenopleiding voor een deel in het teken van stages. “Voor een wetenschappelijke opleiding zijn het best veel stage-uren”, zegt Steenbakkers. “Maar je moet toch het vak leerkracht leren. Het zijn dezelfde stages als een pabostudent: we staan voor de klas. We doen hetzelfde werk alleen krijgen wij er extra opdrachten bij zoals bijvoorbeeld de zorgstructuur op een school onderzoeken.”

Volgens Steenbakkers zal een kind in de klas dan ook weinig verschil merken tussen een pabo-juf en een universitaire juf. “We zijn niet beter in lesgeven dan leerkrachten die de pabo hebben gedaan. Een kind zal er dus niet zoveel van merken, maar collega’s en het schoolbestuur wel, omdat we naast lesgeven, onderzoek doen.”

Hoe deze academische functie in de praktijk zal uitpakken is volgens Steenbakkers nog even afwachten. “Ik ga nu eerst aan de slag als invalleerkracht. De komende jaren wil ik ervaring opdoen als lerares, daarna hoop ik op een combifunctie waarbij ik drie dagen voor de klas sta en twee dagen onderzoek doe.”