Maar vijf procent van de Nederlanders gebruikt meestal de trein om naar het werk te gaan. Bijna zes op de tien werkenden nemen vooral de auto. Dat blijkt uit woensdag gepubliceerd onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Onder werknemers in het openbaar bestuur is de trein nog het populairst. Veertien procent van de ambtenaren ging in 2010 met de trein naar het werk.
Oorzaak van de lage populariteit van de trein lijkt de duur van de reis naar het werk te zijn. Voor meer dan de helft van de Nederlanders bedraagt die minder dan twintig minuten. Voor treinreizigers is dat gemiddeld 67 minuten. De trein komt meestal dus alleen in aanmerking bij mensen die relatief ver van hun werk wonen.
Overigens is de relatieve populariteit van vervoermiddelen de afgelopen tien jaar nauwelijks veranderd. In 2000 was de trein ook goed voor ongeveer vijf procent van de verplaatsingen. In vergelijking met 1990 is het gebruik van de trein voor woon-werkverkeer toegenomen.
Voor een kwart van de werkende Nederlanders is de fiets het favoriete vervoermiddel. Vooral werknemers in de publieke sector en in de horeca fietsen vaak naar het werk, hoewel de tweewieler het in niet één sector van de auto wint. Werknemers in de bouw pakken met 81 procent het vaakst de auto om naar het werk te gaan.

















