Medische thuistesten kunnen dure behandelingen in de gezondheidszorg voorkomen. Dat zegt apotheker Sander Sloothaak, mede-oprichter van Medihome, het bedrijf dat de testen aanbiedt. “In een tijd waarin we fors moeten bezuinigen, bewijzen we de gezondheidszorg een grote dienst met preventieve testen en vroege opsporing van ziekten.”

Burgers kunnen sinds kort met behulp van Europees goedgekeurde testen zelf thuis hun gezondheid meten. Voor een diabetes-, cholesterol- of nierfunctiecheck hoef je niet meer naar de huisarts. “Onze thuistesten kunnen mensen later veel leed besparen”, stelt Sloothaak. “Daarnaast kan Medihome de gezondheidszorg jaarlijks vele miljoenen besparen.”

Sloothaak pleit ervoor dat mensen zich eens per jaar laten testen op een aantal standaardaandoeningen, iets wat normaliter niet bij de dokter gebeurt. “Als je een ziekte hebt, is het van cruciaal belang om snel een behandeling te starten. Bij de huisarts worden veel aandoeningen echter pas relatief laat ontdekt. Mensen hebben aanvankelijk geen of vage klachten en blijven jarenlang nietsvermoedend doorlopen. Met een regelmatige check-up voorkom je dat en kun je uiteindelijk een betere kwaliteit van leven garanderen. Diabetes is een goed voorbeeld. We kunnen de ziekte nog niet genezen, maar wel vertragen. Dan is het toch doodzonde dat de huisarts de diagnose gemiddeld pas na zeven jaar stelt?”

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) is allerminst te spreken over de thuistesten van Medihome. “Het bedrijf biedt schijnzekerheid”, stelt Rob Dijkstra, hoofd van de afdeling Implementatie. “Een gunstige uitkomst van een enkelvoudige test kan bij iemand met een ongezonde leefstijl remmend werken op het aanpakken van de risico’s die niet zijn gemeten. Een ongunstige uitslag kan mensen daarentegen onnodig ongerust maken.”

Het NHG adviseert mensen met een mogelijk verhoogd risico op hart- en vaatziekten, diabetes of nierschade om naar de huisarts te gaan voor een PreventieConsult. Er vindt dan een laboratoriumonderzoek plaats en er wordt gekeken naar familiaire aanleg, leefstijl, gewicht en bloeddruk. Volgens Dijkstra is het verder belangrijk dat een zorgverlener samen met de patiënt bepaalt welk onderzoek zinvol is. “Een arts kan de cliënt dan ook meteen begeleiden zodra de uitslag bekend is.”

De kritiek dat het onverstandig is om op eigen houtje de gezondheid te controleren wuift Sloothaak weg. “Het is niet de test of de dokter, maar de test én de dokter. Huisartsen blijven de poortwachters, wij maken het ze alleen gemakkelijker om bijtijds een goede diagnose te stellen. Bij een positieve test raden we mensen altijd aan om naar de dokter te gaan voor verdere behandeling. Dat advies geven we overigens aan iedereen met aanhoudende klachten, ongeacht de testuitslag.”