Steeds meer jonge huizenbezitters die hun woning verkopen, blijven met een restschuld zitten. Van de groep tot 35 jaar is bij 38 procent de hypotheekschuld hoger dan de waarde van het huis. Het gaat om huishoudens die tussen 2001 en 2008 een huis hebben gekocht. Ze kochten duur en leenden veel. Gespaard of afgelost hebben ze nog weinig. Bovendien worden ze eerder ontslagen. Daarmee vormen de jonge huizenbezitters een grote en groeiende risicogroep op de woningmarkt.

Dat concludeert de Vereniging Eigen Huis (VEH) in een onderzoek naar de financiering van de huizenmarkt. Met het onderzoek wil de vereniging feiten scheiden van politieke meningen. Zo blijkt de totale Nederlandse hypotheekschuld in tien jaar tijd opgelopen van 298 miljard naar 665 miljard euro. Dat is veel hoger dan in andere landen. Tegelijkertijd hebben Nederlandse huizenbezitters ook veel meer eigen vermogen. “Er wordt gezegd dat onze hypotheekschuld onhoudbaar hoog is”, zegt VEH-woordvoerder Hans André de la Porte. “Toch blijkt die schuld mee te vallen als je bedenkt dat daar dubbel zo veel eigen vermogen tegenover staat.” De fundamenten van de woningmarkt zijn dan ook ‘relatief goed’, concludeert de VEH. De hypotheekrente staat laag, de werkloosheid is te overzien en de meeste huiseigenaren hebben nog overwaarde op hun huis.

Dat geldt echter niet voor jonge huizenbezitters. De vereniging wil dat de kwetsbare groep sneller aan de bel trekt als het dreigt mis te gaan. “Ze moeten dan meteen aan tafel met de geldverstrekker om te zoeken naar bezuinigingsopties en eventueel een aanpassing van de hypotheek.”

Naar verwachting zullen de huizenprijzen volgend jaar verder dalen. Het zou betekenen dat de restschuld (nu gemiddeld 30.000 euro) verder oploopt. Volgens de VEH zou bij een daling van 10 procent de restschuld voor 1 op de 5 huizenbezitters oplopen naar gemiddeld 39.000 euro.

De VEH wil dat de hypotheekrenteaftrek geleidelijk wordt afgebouwd, en niet alleen voor nieuwe hypotheken, zoals in het begrotingsakkoord staat, maar voor alle hypotheken. Het verlies voor de huiseigenaar zou de overheid moeten compenseren met lagere belastingen. Een zelfde compensatie zou volgens de VEH ook huurders in een vrijere markt (waarbij verhuurders hogere huren mogen vragen) goed doen.

Steeds vaker ‘nee’ verkopen
Eric Bond, makelaar bij Hoekstra en Van Eck

“We zien steeds vaker dat aangeboden woningen onder water staan. De restschuld is dan groter dan de waarde van het huis. Verkopers zijn soms koppig. Sowieso vindt iedereen dat zijn eigen huis meer waard is dan een identiek huis van de buren. Als makelaar moeten we onze klanten dan doordringen van de nuchtere feiten. Door de crisis lukt dat steeds beter. Toch moeten we steeds vaker tegen mogelijke klanten zeggen dat we geen brood zien in de opdracht. Vooral bij jongeren. Soms zijn er oplossingen te bedenken met de geldverstrekker, bijvoorbeeld door de restschuld mee te financieren in een volgende hypotheek. Dat er iets moet gebeuren op de huizenmarkt, is wel duidelijk. Wij zijn op zichzelf niet tegen geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek, zolang daar maar lagere belastingtarieven tegenover staan.”