In de spoorsector heerst terughoudendheid over het besluit van verkeersminister Melanie Schultz van Haegen om het Europese beveiligingssysteem ERTMS in Nederland aan te leggen. Insiders juichen de keuze toe om te investeren in meer veiligheid, maar betwijfelen of ERTMS op drukke trajecten net zo goed werkt als nu op de hogesnelheidslijn. “Ik raad de minister aan eerst nog goed onderzoek te doen voor je over zo’n grote investering besluit”, reageert Roel Berghuis van vakbond FNV Spoor. “Het is een nieuw systeem, dat we moeten testen en verbeteren”, erkent NS-woordvoeder Eric Trinthamer. “Over tien jaar voeren we het misschien wel niet in, maar een geüpdate versie.”

Schultz van Haegen maakte vrijdag bekend voor het moderne en dure ERTMS te kiezen om de veiligheid op het spoor te garanderen. De minister stond na de treinbotsing van eind april in Amsterdam, waarbij één dode viel, onder grote druk maatregelen te presenteren. Aanleggen zou minimaal tien jaar duren, maar insiders noemen vijftien tot twintig jaar waarschijnlijker. Schultz van Haegen wil ondertussen het veiligheidssysteem ATB VV verder uitrollen. Berghuis eist toezeggingen op welke locaties dit wordt aangelegd: “Dat besluit moet de minister niet over de zomer tillen.” Trinthamer erkent dat ATB VV snel verbetering oplevert: “Al onze treinen zijn er voor geschikt, maar het ligt nog niet overal. ERTMS hebben alleen de treinen die op de HSL en de Hanzelijn rijden. We werken aan implementatie van een test op het traject Utrecht-Amsterdam, maar moeten hier ook nog dubbeldekkers voor ombouwen.”

De Tweede Kamer hoort na de zomer de visie van Schultz van Haegen op de problemen met het spoorbeheer. Ze wil diverse opties onderzoeken, van overheidscontrole bij ProRail tot een fusie met NS. Dat eerste ziet Berghuis niet zitten: “Spoorbedrijven gaan hierdoor met het gezicht naar de minister staan, terwijl NS en ProRail naar de reiziger moeten kijken. Integratie van die twee zorgt voor meer rust.” NS zegt geen fusie met ProRail te ambiëren, maar ‘bepaalde onderdelen’ van de spoorbeheerder te willen overnemen om ‘de dienstverlening te verbeteren’.