Wanneer het hitterecord dreigt te sneuvelen en de strandbedden vol glimmend mensenvlees liggen, is het geen tijd om over politiek te praten, vindt Jack Runhart. “Dan is het tijd om ijs te eten.” Nu is fervent strandganger Runhart (68), in het dagelijks leven masseur, sowieso geen somberman. “We hebben het goed. Als er van onze welvaart een onsje afgaat, hebben we het nog steeds goed.” Toch vraagt Runhart zich af of de jeugd net zo goed kan omgaan met tegenslagen. “De mensen tussen de 25 tot 45 jaar hebben alleen maar welvaart gekend. Daar kunnen ze niks aan doen, maar omgaan met dompers hebben ze nooit geleerd.” Runhart lacht. “Hoor mij nou serieus zijn. Het belangrijkste is dat mensen gelukkig zijn.” En geluk, daar gaat de politiek niet over.

Of toch? Verderop ligt een groep studenten bier te lurken. “Lauw bier”, spuugt economiestudent Joseph Kamerling (26). “Maar doet de politiek daar wat aan? Nou dan.” De politiek kan weinig uitrichten tegen de problemen waar Nederland en Europa voor staan, wil Joseph maar zeggen. “Alsof Roemer (SP-leider, red.) de euro kan redden.”

Het is precies het punt van Wouter Vogel, arts en aspirant-vader. “Ik maak me nu vooral zorgen of ik niet verbrand. Maar zonder dollen: de Tweede Kamer is er omdat lokale probleempjes ook om oplossingen vragen. Hoe mooi zijn onze parken, hoe goed de kinderopvang – dat soort zaken. Maar zelfs hierbij ontbreekt het politici aan visie op de lange termijn.” “Neem die langstudeerboete”, vult zijn vrouw Heleen aan. “De campagne was amper begonnen of de maatregel was al ingetrokken. Met zo’n laffe houding roep je de desinteresse over jezelf af.”

“We zijn gewoon gelukkig en houden ons bezig met ons eigen leven”, verwoordt David van der Hoest (25) zijn gebrek aan politieke interesse. De computerchiptechnicus en vader van twee vindt het ook amper bij te houden, zoveel kabinetten als er tegenwoordig vallen.

Toch is de Haagse politiek op deze zinderende zondag in Bloemendaal aan Zee niet helemaal afwezig. Bij de entree van duincamping De Lakens lijkt ze zelfs het richtsnoer voor fatsoen, getuige het bord met campingregels. In loeigrote letters staat er de dialoog op waarmee premier Rutte en toenmalig gedoogpartner Wilders (PVV) ooit een Kamerdebat opfleurden: “Doe eens normaal, man.” “Doe lekker zelf normaal.” Het blijkt een grap, bedoeld om op een luchtige manier de gasten te wijzen op de gewenste gedragsnormen, zo verklaart de campingmanager. “Het werkt, juist omdat het een staaltje politiek was dat helemaal niet zo fatsoenlijk was.”