Terwijl de personeelstekorten in de zorg nog altijd hoog zijn, neemt het aantal flexcontracten toe. Die contracten maken werken in de zorg minder aantrekkelijk, zo oordeelt 61 procent van het zorgpersoneel in een enquête van Abvakabo FNV. Bijna de helft ziet de onzekerheid van het flexcontract als reden om de zorg te verlaten.
Het ‘rommelcontract’ in de zorg is in opmars, zegt Lilian Marijnissen van de Abvakabo. “In de verpleeghuizen en in de thuiszorg bieden werkgevers alleen nog maar flexibele contracten aan. Het zijn contractjes die de hoeveelheid werk en inkomen zeer onzeker maken. Het gaat om nul-uren- of min-maxcontracten, waarbij je de ene week 10 en de andere week 36 uur werkt.” Voor patiënten is het slecht, want die zien steeds andere gezichten aan hun bed staan. Voor de werknemers is het slecht, want die werken tegen steeds slechtere voorwaarden. Ze werken elke dag met andere uitzendkrachten. Hun inkomen is onzeker, hun pensioen is onzeker en hun werktijden zijn onzeker. Het is voor werknemers in de zorg steeds lastiger om rond hun werk een stabiel privéleven te bouwen.”
Dat gold ook voor John van Mullem (33), vanaf z’n 17de werkzaam in de verpleeghuiszorg. Hij werkte in een verpleeghuis in Den Haag. Zijn rooster was ongeregelmatig, maar toen zijn vrouw een spierziekte kreeg en ’s avonds en ’s nachts Johns hulp nodig had, wilde hij graag alleen overdag gaan werken. “Mijn baas gaf me te verstaan dat ik me daarmee oncollegiaal opstelde. Ik kon mijn heil ergens anders zoeken.” Hij solliciteerde vijftig keer, maar geen zorginstelling wilde een medewerker die alleen dagdiensten wilde draaien. Hij werd zzp’er. Kan ik lekker mijn eigen tijd indelen, dacht hij, maar ook het leven als zelfstandige is niet zaligmakend. “Nu is het werk helemaal onregelmatig. De ene week werk ik vier en de andere week 60 uur. Probleem is namelijk dat je zonder bemiddelaar en flexibele inzetbaarheid bijna niet aan opdrachten komt.” Van Mullen overweegt uit de zorg te stappen. “Zonde. Niet alleen omdat dit het vak is waar mijn hart ligt, ook omdat het personeelsgebrek zo nijpend is.”














