Het is makkelijk te geloven dat nieuws over de visstanden bij voorbaat onheilspellend is. Gelukkig duikt er een positiever verhaal op dat me noemenswaardige hoop geeft. Onderzoek, uitgevoerd door mijn International Sustainability Unit (I.S.U) toont aan dat er in veel delen van de wereld goede stappen worden gezet om een veel duurzamere manier te ontwikkelen van het beheren van deze essentiële en zichzelf vernieuwende voorraden. In 2008 exporteerden ontwikkelingslanden vis ter waarde van ongeveer 27 biljoen dollar. De visserij voorziet in het levensonderhoud van ruim 120 miljoen mensen. Voor één biljoen mensen is vis de belangrijkste bron van eiwit. Het is dus belangrijk om te realiseren dat wat velen als een milieuprobleem zien ook eigenlijk een economisch en sociaal probleem is. Zolang er vissen zijn hebben miljoenen mensen de zekerheid van een baan en, daaruit voortvloeiend, sociale cohesie.

En er zouden nog meer mensen van kunnen profiteren. De Wereldbank heeft recent geschat dat de jaarlijkse vangsten nog eens vijftig biljoen dollar per jaar kunnen opleveren als er een beter beleid zou zijn. Dus wat moet er gebeuren? Een analyse van mijn team van de International Sustainability Unit laat zien dat drie algemene factoren kunnen leiden tot een betere visserij over de hele wereld. Hier zijn ook veel voorbeelden van.

De eerste factor is het besef dat vissen niet kunnen leven als zij geïsoleerd zijn van de omgeving die hen ondersteunt. Er zijn veel hulpmiddelen beschikbaar om de visstanden te beheren op manieren die respect tonen voor de ecosystemen. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van visgerei, het beschermen van vissen tijdens kuit schieten, het niet vissen in beschermde gebieden of het nemen van voorzorgsmaatregelen tegen uitbuiting. 

Daarnaast moeten goede regels worden opgesteld voor een intelligente manier van vissen. Deze dienen ook krachtig ten uitvoer te worden gebracht. Er moet onder meer goed gecontroleerd worden op de handhaving van de regels en er moeten gepaste straffen komen om illegale visserij af te schrikken.
Tot slot is een solide economie belangrijk. Goed beheer van visstanden wordt beloond met veilige en fatsoenlijke manier van leven voor de vissers. Er zijn verschillende manieren waarop dit bewerkstelligd kan worden. Een daarvan is het verbeteren van het etiketteren in de winkels om consumenten aan te moedigen om duurzamere vis te eisen. Een ander is het creëren van gepaste langetermijnrechten die de vissers een zakelijk belang geven in de toekomst van hun visgronden. Volgens mij zou het ook een enorm verschil maken als officiële subsidies zich echt zouden focussen op het ondersteunen van sociale en voor het milieu goede activiteiten. Veel te vaak worden betere manieren om dingen te doen onwillekeurig bestraft door de wijze waarop het systeem van subsidies werkt.

Ik vind het erg bemoedigend dat er daadwerkelijk veel voorbeelden van positieve vooruitgang zijn, van de Verenigde Staten tot Indonesië en van IJsland tot Vietnam, waar visserijgemeenschappen de manieren overnemen die nodig zijn om de visstanden te verbeteren. Op de plaatsen waar dit gebeurt, herstellen de visstanden zich en plukken de gemeenschappen daar de vruchten van. De dringende vragen zijn hoe deze voorbeelden van de beste methode verder verspreid kunnen worden en hoe snel dit kan gebeuren.

Een krachtige manier om dit te doen is door een manier die ik vele jaren in andere sectoren heb gebruikt. Zien is geloven, kan het worden genoemd. Simpel gezegd inspireer je mensen om hun gedrag te veranderen door hen te laten zien wat er al is bereikt door succesvolle voorbeelden van de beste toepassingen. Het is mijn hoop dat mijn I.S.U. hierin ook een kleine rol kan spelen.

Oprechte vennootschappen van vele belanghebbenden moeten dringend worden nagestreefd om de beste praktijkvoorbeelden van duurzame visserijen overal ter wereld te introduceren. Iedereen kan een rol spelen, inclusief de consumenten. Ze kunnen bewuster worden van de keuzes die ze maken en ervoor zorgen dat de vis op hun bord van een duurzame bron komt. Als je erover nadenkt dat het alternatief een continue afname van ’s werelds visstanden is, ben ik bang dat we geen andere keus hebben.