Agenten denken te veel in hokjes als ze de straat op gaan om mensen te controleren. De politie werkt onbewust met een selectieprofiel waardoor bepaalde mensen eerder uit de massa worden geplukt dan mensen die niet aan het stereotype van een crimineel voldoen.

Dat blijkt uit onderzoek van cultureel antropoloog Sinan Çankaya, die vier jaar werkte als onderzoeker en adviseur voor de Amsterdamse politie. Door een beeld te creëren van een potentiële crimineel, kunnen verdachten die niet aan het stereotype voldoen over het hoofd worden gezien.

Het resulteert in een 'collectieve bijziendheid van politieagenten, een structureel beperkte blik op het sociale leven', aldus Çankaya, die studeerde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde op die van Tilburg. "Oftewel, een tunnelvisie als gevolg van hokjesdenken. De labels en definities van straatagenten werken in het voordeel van sommige groepen en in het nadeel van andere groepen in de samenleving", licht hij toe.