Herfst. Wat eten we dan? Wild, zelfgejaagd wild uit eigen omgeving. Ja, want als je toch vlees eet, waarom zou je dan geen eend grijpen uit de vijver voor de deur? Omdat het niet mag, allicht. Aan de andere kant: eenden zat. En van parkgevogelte weet je tenminste dat het een zorgeloos leven heeft gehad, zoveel broodstrooiers als hem dagelijks bijstaan. Bovendien brengt jagen, gewoon met de blote handen, toch een zeker, hoe zeg je dat, óergevoel in een mens (man) naar boven. Het is precies de reden dat meneer Wateetons (nepnaam) soms een duif vangt van z’n balkon of een meerkoet uit de parkplas. Stadsjagen, heet dat bij Wateetons, die een culinair weblog onderhoudt en met een collega-blogger het Handboek voor de Vinexjager schreef. In het boek staan allerhande handreikingen voor de moderne jager-verzamelaar, van het vangen van zwerfkip tot het klaarmaken van cavia uit de dierenwinkel.
Vandaag laat meneer Wateetons zien hoe we een slooteend verschalken. Dat doen we in een stadspark, ergens in Nederland. Je moet over zulke zaken niet te duidelijk zijn, vindt meneer. Voor je het weet gaat iedereen opletten. Of stoppen met voeren. Dat zou voor de Vinex-jager een tegenslag zijn, want parkeenden laten zich juist zo makkelijk vangen vanwege hun geregelde broodmaaltijd uit mensenhanden. Z’n echte naam wil meneer Wateetons uit de krant houden. Want dat er vlees wordt gegeten, vooruit, maar het dier zelf doden? Menig mens krijgt daarvan moordneigingen.
Meneers jachtuitrusting is onopvallend, net als zijn methode. Hij draagt z’n kantoorkleren. Hij heeft brood en een tas bij zich. Eenmaal bij een eendenkolonie, gaat hij op z’n hurken om brood te strooien. “Vertrouwen winnen”, heet dit stadium van de jacht. Dan volgt zijn verfijnde Vinex-jagerstactiek: hij gooit een broodkorst precies áchter de dichtstbijzijnde mannetjeseend. Die draait zich om, gulzig. En dom. Want Wateetons kan ‘m nu van achteren bespringen. Hij duikt...en mist. Wateetons’ broek is vies geworden; voor een Vinex-jager is dat al een flinke oorlogswond.
Meneer Wateetons loopt verder het park in, naar een volgende groep drijfsijzen. De techniek is hetzelfde. Meneer wacht z’n kans af...en slaat toe. Hij heeft een gezonde woerd te grazen. Hij spartelt flink tegen als hij in de tas wordt gestopt. Meteen slachten was ideaal geweest. “Maar om dat nou midden in zo’n park te doen.” In de auto op weg naar huis mag de eend z’n koppie uit de tas steken, een privilege dat hij met knus gekwaak begroet. Eenmaal thuis, moet het dier er dan toch aan geloven. “Geen pretje”, zegt meneer Wateetons, terwijl hij een zelfgestookte borrel serveert. “Maar het hoort er nu eenmaal bij.” Meneers mes is te lang voor de gootsteen, dus kiest hij voor een andere ‘foolproof’ slachtmethode: hij draait de eend de nek om. De vogel stuiptrekt wat, maar de stadsjager houdt hem stevig vast. “Een halfdode eend die door je keuken fladdert, is pas echt onaangenaam.”
Als de dood is geconstateerd, ontdoet meneer de eend van kop en vliezen. Op de borst maakt hij een sneetje. Dan stroopt hij het verenjasje af. “De culi-politie vindt dat je de veren moet plukken, zodat de vetlaag op borst en poten behouden blijft, maar dat is zo’n rotwerk. Ik blijf natuurlijk een Vinex-jager.” De ingewanden gaan eruit, de vetbult (geeft vis-smaak) eraf. Het hart en de maag bewaart hij om later met de poten in vet te konfijten. De borststukken snijdt hij er nauwgezet af. Hij doet er peper en zout op en smoort ze zo’n tien minuten in de boter. Mooi rosé. Echte herfstkost.
__________________________________________________________________________________
Ja maar...
Tegen de stadsjacht is nogal wat in te brengen. En paar bezwaren, plus de repliek van meneer Wateetons:
- Het is toch verboden?
“Klopt. Hier kan ik weinig tegenin brengen, behalve dat je dus goed moet oppassen dat je niet wordt gesnapt.”
- Het is toch wreed?
“De plofkip uit de supermarkt is ook geslacht. Zijn leven is stukken korter en onaangenamer geweest dan dat van Vinex-wild.”
- Onkundig jagen en slachten leidt tot dierenmishandeling.
“Daarom moet je ook goed weten wat je doet. Lees dus het Handboek voor de Vinexjager. Om een dier te eten, moet het dood. Maar ik probeer te voorkomen dat het lijdt.”
- Als iedereen dit gaat doen, is er straks geen duif of eend meer over.
“Dat geldt ook voor vissen, wilde appels en bramen. Vang en pluk dus met mate.”
- Waarom dan geen honden en katten?
“Er is geen principieel verschil. Alleen zijn die altijd van iemand. Ik wil geen baasjes verdriet doen.”












