De komende dagen zullen leiders, functionarissen en advocaten uit zowel de private als de publieke sector elkaar ontmoeten in Rio de Janeiro in Brazilië op de VN-conferentie over Duurzame Ontwikkeling, ook wel bekend als Rio+20. Er wordt onder andere gesproken over wereldproblemen als armoede, sociale ongelijkheid en de destructie van het milieu. Eitje, nietwaar? Niet echt. Degenen die de conferentie bijwonen zeggen dat de bijeenkomst verschil kan maken, vooral voor de oceanen. “Rio kan veel betekenen bij het redden van de oceanen”, zegt Charles Clover, voorzitter van de Blue Marine Foundation. Zijn organisatie werd opgericht in 2010 en het doel is om “marine reservaten te creëren en de visserij-industrie te hervormen naar duurzame visserij.” Clover: “Dit is een vitale opdracht, omdat in reservaten vissen en andere zeedieren niet gestoord worden door de destructie en plunderingen die in alle andere delen van de zee worden aangericht door ’s werelds visvloten. Duurzaam vissen is ontzettend belangrijk, nu én in de toekomst.”
Blue Marine staat niet alleen
Een andere groep die zich inzet voor positieve verandering is het International Ocean Institute (IOI), gevestigd op Malta. De non-profitorganisatie maakt deel uit van de ‘NGO ocean cluster’, dat hoopt regeringen te overtuigen om beleid te gaan voeren dat onze oceanen beschermt.
“Misschien kan Rio de wake-upcall zijn ten aanzien van de gewetenloze houding die mensen nu tegenover de zeeën hebben. Het overleven van mensen hangt af van het managen van de oceanen”, zegt dr. Awni Behnam, voorzitter van het IOI.
Vervuiling is zijn grootste zorg. Vogens Behnam drijven er meer dan 46.000 stukken plastic op iedere vierkante mijl oceaan. “Het afvalprobleem is niet alleen een kwestie van properheid, maar een echt verraderlijk probleem”, zegt Steve Gittings, wetenschapscoördinator van een gouvernementele organisatie van de Verenigde Staten die zich richt op oceanen. “Het afval wordt niet afgebroken.”
Erger nog, veel afval is niet eens zichtbaar, zegt dr. Simon Boxall van het National Oceanography Centre. “Het gaat niet om een enorme berg plastic tassen en flessen die we zo uit de zee kunnen gaan vissen. Het gaat om microscopisch kleine stofdeeltjes die ontstaan als de grotere items langzaam afbreken”, zegt hij.
Wat oceanografen angst inboezemt is de algehele vervuiling van ons milieu, wat leidt tot klimaatverandering. Verzuring van de oceaan is vastgesteld op alarmerende niveaus. Volgens dr. Scott Doney, een senior wetenschapper op het gebied van marine chemie en geometrie aan het Woods Hole Oceanographic Institute, komt het voor als mensen fossiele brandstoffen verbranden en kooldioxide wordt geproduceerd. Een kwart van het bijproduct wordt opgenomen door de oceaan en verandert de chemische samenstelling van het water.














